informatiebron over energie voor de vastgoedsector.

Aedes: 58 procent ‘afgemelde’ corporatiewoningen scoort label D of lager

door Wessel Simons op 11 november 2011 3 reacties

in Energielabel

Uit cijfers van brancheorganisatie Aedes blijkt dat meer dan de helft (58 procent) van de corporatiewoningen een energielabel D of lager scoort. Dit is op basis van 1,2 miljoen officieel afgemelde woningen van in totaal 150 corporaties. Volgens Albert Koedam, coördinator duurzaamheid bij Aedes, hebben corporaties tal van mogelijkheden om hun bezit te verbeteren, ook in bewoonde staat. Koedam: “Soms is sloop en toekomstigbestendige nieuwbouw beter dan renovatie”.

Labelingverdeling

Uit de periodieke rapportage (juni 2011) blijkt dat minder dan de helft (42 procent) van de 1,2 miljoen officieel afgemelde woningen een energielabel van C of hoger heeft. Dat betekent dat het overige deel (58 procent) energielabel van D of lager heeft. Op basis van deze 1,2 miljoen woningen van 150 corporaties is de volgende indeling berekend:

A: 2,4 procent
B: 10 procent
C: 29,9 procent
D: 27,4 procent
E: 16,9 procent
F: 9,4 procent
G: 4,3 procent

Afgemelde woningen

Volgens Aedes zijn er bij AgentschapNL inmiddels 1,6 miljoen woningen afgemeld. Een energielabel moet eerst bij AgentschapNL afgemeld worden voordat het rechtsgeldig is. Alleen gecertificeerde adviesbureau mogen op dit moment energielabels afmelden.
Koedam denkt dat er in totaal al 2,2 miljoen woningen gelabeld zijn en dat er dus zeshonderdduizend woningen klaarliggen om afgemeld te worden. Hij ziet een verschil in labeling tussen grotere en kleinere corporaties. Koedam: “Grote corporaties hebben meer G-labels in haar voorraad en groene labels blijven achter. Zij bezitten natuurlijk meer oudere huizen in de grote steden. Bij de kleine corporaties zie je relatief meer  labels A en G en is er een dip in het midden”.

Labelingsproces

Corporaties komen in de praktijk de nodige knelpunten tegen om hun woningvoorraad te verbeteren. Aedes heeft zich in Den Haag hard gemaakt om de wetgeving rondom het labelingsproces te versoepelen. Vanaf 1 oktober dit jaar kunnen corporaties referentiewoningen gebruiken. Een corporatie labelt een deel van haar bezit en geldt als referentie voor vergelijkbare woningen uit het bezit. Koedam: “Het is efficiënter. Ook hoeft er nu geen externe adviseur aan de pas te komen die controleert of een aannemer 100 ketels heeft vervangen. Als een aannemer daarvan een bewijs opstuurt, is dat genoeg”.

In bewoonde staat

De huidige woningmarkt zit op slot, waardoor ook huurders minder geneigd zijn te verhuizen. Hierdoor zijn ingrijpende renovaties, waarbij labelstappen behaald kunnen worden, lastiger uit te voeren omdat deze bij voorkeur in lege woningen plaatsvinden. Niettemin denkt Koedam dat corporaties ook in bewoonde staat labelstappen kunnen realiseren. Koedam: “Je bent niet afhankelijk van mutatie. Schilderwerk kun je in combinatie doen met het vervangen van enkelglas door dubbelglas. HR++ glas kan een labelstap opleveren”. Ook is er volgens hem niets mis met slopen ‘als een complex energetisch en bouwkundig door het ijs zakt’. Koedam: “Dan kun je beter toekomstbestendige nieuwbouw realiseren. Tot nu toe zien we in de cijfers geen grote getallen sloop terug”.

Risicocategorie

Koedam erkent dat er binnen de huursector, inclusief de particuliere huursector, ongeveer 100.000 duizend woningen die energetisch slecht tot zeer slecht zijn. De eigenaren ervan lopen het risico dat ze vanaf 1 januari 2014, als de huur gekoppeld wordt aan de energieprestatie, deze in huur moeten verlagen. Koedam: “Corporaties proberen dat uiteraard te voorkomen. Ze kijken ook breder naar het vraagstuk. Kunnen deze woningen nog langdurig verhuurd worden na verduurzaming en passen ze nog bij de toekomstige vraag? Corporaties herbezinnen zich op dit moment. Als oplossing kan er gekozen worden voor sloop/nieuwbouw”.

Discussieer mee

Discussieer mee op de Linkedin groep EnergieVastgoed over de stelling: “Corporaties kampen met verouderd bezit. Hoe maken zij dit bezit toekomstbestendig, energetisch en bouwkundig?”

  • http://www.isoleerjehuis.nl/woningcorporatie_ Dennis

    En dat terwijl energie besparen voor woningcorporaties en huurders erg interessant kan zijn.
    Wat denk je b.v. van spouwmuur isolatie, die je binnen 4 jaar terug hebt verdient (25% per jaar)
    Je zou zoals een voorbeeld in Groningen, de huizen kunnen gaan isoleren.
    De huurders betalen b.v. 25 euro per maand extra, maar besparen 40 euro per maand.
    Woningcorporatie heeft huizen met een goed label en verdient het terug via de huur, en de huurder houd 15 euro per maand over.
    Kijk voor meer informatie ook eens op: http://www.isoleerjehuis.nl/woningcorporatie_
    We regelen dan een vrijblijvende informatie bijeenkomst voor uw huurders over de voordelen van isolatie.

  • http://isolatie.bluestart.nl Bluestart

    Op gebied van isolatie valt nog veel te verbeteren. Ook in de social huursector.

  • h.j.tjemmes

    Onder de kop labelingproces wordt gesproken over het vervangen van een oude ketel door een HR ketel.
    En dan zou het ineens energiezuinig zijn. Wordt er later dan ook gekeken naar het nieuwe verbruik?
    Wanneer men dat doet zal men kunnen constateren dat de beloofde besparing niet is gehaald.
    Het monteren van alleen een nieuwe ketel is namelijk niet voldoende, men bespaart dan maximaal 5% Waarom?
    Een HR ketel heeft bij een gemiddelde watertemperatuur van ca 80ºC een
    rendement van ca 83%, terwijl goede een conventionele ketel meestal op zo’n 75% blijft steken. (VR is 80%).
    Bij metingen in mijn pratijk kwam ik vaak ketels met een rendement van 60% tegen.
    Wanneer men de retourtemperatuur terugbrengt naar 60ºC dan stijgt het rendement al gauw naar ca 90% of hoger
    Oorzaak:
    De oude installaties zijn berekend met een watertemperatuur van aanvoer 90ºC en een retourwatertemperatuur van 70ºC. bij min10ºC buiten
    Bij een gemiddelde ruimte temperatuur van 20ºC geeft dat een temperatuur verschil van gemiddeld 60º.
    De latere installatie zijn berekend op 80-60ºC waardoor een temperatuurverschil ontstaat van 50ºC
    De afgifte van de radiator is gebaseerd op deze gemiddelde watertemperatuur.
    Dus hoe lager de gemiddelde watertemperatuur des te lager is de afgifte van de radiator.
    Een HR ketel presteert beter wanneer de maximale retourtemperatuur 60ºC is.
    Dus wanneer er in welke installatie dan ook alleen maar een HR ketel wordt gemonteerd zijn in ieder geval de radiatoren te klein, waardoor de ketel de watertemperatuur omhoog schroeft en dan is er minder besparing.
    Dus HR monteren dan ook de radiatoren vergroten of bijplaatsen voor een maximaal rendement.
    Normaal merkt men niet dat de ketel niet dat bespaart wat belooft wordt, want in het voor en naseizoenwerkt de ketel toch ook op lagere watertemperaturen.
    Maar er zijn nog veel meer mogelijkheden om te besparen, dat zijn bijvoorbeeld:
    - de watertemperatuur automatisch aanpassen aan de buitentemperatuur (weersafhankelijke regling 10 tot 15%)
    - een optimalisering thermostaat, ca 20%.
    Mijn ervaring was dat deze investering er binnen twee jaar werd terugverdient.
    Dit alles is globaal en algemeen, wanneer men alles goed goed op elkaar afstemt zijn besparing van ca 25% haalbaar.

    º

Previous post:

Next post: