Onafhankelijke informatiebron over energie voor de vastgoedsector.

Meer Met Minder: “Minder overdrachtsbelasting voor energiezuinige woningen”

door Wessel Simons op 7 december 2011 · 0 comments

in Bedrijfsnieuws, Financiering, Innovatie, Interviews

Chris Bruijnes, directeur van de organisatie Meer Met Minder, pleit voor minder overdrachtsbelasting voor energiezuinige woningen. Nu geldt nog het verlaagde tarief van twee procent, maar deze wordt per 1 juli 2012 weer verhoogd naar zes procent. Bruijnes: “Mijn voorstel is om deze belasting voor energiezuinige woningen (t/m energielabel C) minder terug te schroeven, naar vier procent bijvoorbeeld. Dit leidt niet tot minder, maar tot meer overheidsinkomsten.”

Meer Met Minder

De Rijkspremie Meer Met Minder heeft vanaf eind mei dit jaar meer dan zes miljoen euro verbruikt. Met deze tijdelijke subsidie kunnen energiebesparende maatregelen binnen de gebouwde omgeving worden gefinancierd. De subsidie kan 300 of 750 euro per woning bedragen, afhankelijk van het pakket aan energiemaatregelen. Tot nu toe is de premie sinds de start in 2009 bij 414 duizend woningen toegepast. Bruijnes verwacht dat de resterende twee miljoen euro uit de subsidiepot nog voor de Kerst opgaat. Geïnteresseerde woningeigenaren die nu reserveren, hebben nog een jaar de tijd om de maatregelen uit te laten voeren. Bruijnes ziet dat bedrijven uit de bouwsector en het installatiewezen sinds het instellen van de regeling de markt actiever benaderen. Bruijnes: “Er zijn nu 1200 bedrijven die actief diensten en producten aanbieden op het gebied van energiebesparing. Dat is zo’n tien procent van de markt, een hoopvolle groei, maar de rest moet nog volgen”.

Versnelling

Ook het aantal woningeigenaren dat bereikt kan worden, kan vergroot worden. Bruijnes heeft het zelfs over een ‘verdrievoudiging’ van het aantal. Voor deze versnelde verduurzaming is een aantal factoren van belang.  Bruijnes: “Ten eerste is bewustwording bij de consument over energiebesparing belangrijk. Wat moet ik doen en laten voor energiebesparing en hoeveel kan ik ermee verdienen? Ten tweede moet de markt producten en diensten gaan aanbieden die de consument ontzorgt. Zorg ervoor dat er een aantal maatregelen als pakket op de markt komt die een woning naar een niveau van energielabel A kan brengen. Ten derde is het van belang dat de overheid bij het verkopen van een woning de Wet op het Kadaster gaat handhaven op het energielabel. Zonder energielabel is geen verkoop mogelijk”.

Fiscale prikkel

Als laatste voorwaarde stelt Bruijnes een fiscale prikkel voor: een lagere overdrachtsbelasting voor eigenaren van energiezuinige woningen. Deze wordt per 1 juli 2012 weer verhoogd van twee naar zes procent. Bruijnes: “Draai deze voor energiezuinige woningen minder terug dan voor energie-onzuinige woningen, bijvoorbeeld naar vier procent. Voor onzuinige woningen kan de belasting verhoogd worden naar zeven procent of op termijn nog hoger”. Bruijnes ziet woningen t/m energielabel C als energiezuinig, dus daar kan een fiscale knip komen. Volgens hem hoeft dit niet te leiden tot minder overheidsinkomsten. Bruijnes: “Als je de energiebesparing gaat doorrekenen, dan levert dat een positief saldo op. Bij een woning met een F- of G-label is gemiddeld een investering van zes – tot zevenduizend euro nodig. Dan is een bij een waarde van twee ton een overdrachtsverschil van drie procent nodig om te kunnen verbeteren. Via de overdrachtsbelasting kan de overheid zeggen: ‘u krijgt een fiscaal voordeel, maar dit voordeel moet in woningverbetering worden omgezet’. Deze maatregel leidt tot meer bedrijvigheid, waardoor de overheid aan bedrijfskant ook inkomsten krijgt via de omzet -, inkomsten – en winstbelasting. Dat is een win-win situatie”.

Financiering

Wat voor maatregelen zou Bruijnes adviseren aan woningeigenaren? Bruijnes: “Op de korte termijn zou ik isolerende maatregelen adviseren omdat het sneller geld oplevert. Op de lange termijn is zonne-energie concurrerend. Je zou het rendement op beide maatregelen moeten berekenen op de levensduur van beide maatregelen. Op dit moment zijn er nog teveel mensen die op de korte termijn gaan rekenen”. Om dit te omzeilen, zijn er slimmere, financiële constructies nodig. Bruijnes: “Idealiter moet je een investering kunnen doorverkopen aan de volgende eigenaar. Als een soort ‘energiepacht’. Je verkoopt een huis na vijf jaar, maar de levensduur van je maatregelen loopt nog vijftien jaar door. Voor de verkoper moet het mogelijk zijn om de verplichtingen mee te kunnen verkopen. Dus het bedrag waarmee je de investeringen aflost, neemt de nieuwe eigenaar over”.

Energiebesparingsbedrijf

Ook ziet Bruijnes kansen voor ‘energiebesparingsbedrijven’ die de consument gaan ontzorgen. Bruijnes: “In Nederland vinden we dat iedere woningeigenaar deskundig moet zijn op energiegebied en precies weet welke installatie bij zijn woning past. Ik zie kansen voor bedrijven die voor jou energie gaan besparen. Je wordt lid van een vereniging, die voor jou een energiebesparende maatregel koopt. De vereniging leent geld hiervoor de bank en lost deze af. Als lid betaal je servicekosten aan de vereniging, omdat ze de energiewaarde van je woning beheert. Het is vergelijkbaar met de ESCo’s in de kantorenmarkt, waarbij één partij verantwoordelijk is voor de energie-inkoop en – prestaties. Dat vergt een mentaliteitsverandering, omdat consumenten vertrouwen moeten krijgen in dergelijke initiatieven”. Bruijnes noemt Waifer, een initiatief van TNO, als een voorbeeld die dit concept in de praktijk brengt.

Previous post:

Next post: