4 vragen aan DGBC (deel 2): “Tweede BREEAM-certificering kost de helft”

4 vragen aan DGBC (deel 2): “Tweede BREEAM-certificering kost de helft”

Certificering is de eerste keer kostbaar vanwege de leercurve. Maar bij de tweede certificering worden de gemaakte kosten reeds gehalveerd. Dit is de ervaring van Stefan van Uffelen, directeur van de Dutch Green Building Council (DGBC). Van Uffelen gaat zich inzetten om de bewijslasten nog ‘slimmer’ te maken: “Onze assessment-tool is slimmer geworden”.

1. Er was kritiek tijdens de afgelopen Provada. Binnen BREEAM-NL zou er onduidelijkheid zijn over de scores omtrent hergebruik van materialen?
Van Uffelen: “De gepresenteerde projecten op de Provada van beide ontwikkelaars zijn gebaseerd op de geldende normen van BREEAM-NL uit 2010. In de versie van 2011 zijn al veel verbeteringen doorgevoerd. In april dit jaar is de materialentool van Greencalc gelanceerd, te downloaden op de website van BREEAM-NL. De normen zijn in de versie van 2011 aangepast en de norm is ook onderdeel van duurzaam inkopen geworden. Ook wordt het berekenen van de schaduwprijs van de materialen opgenomen in het nieuwe Bouwbesluit per 1 januari 2013. Een hoge score halen is nog steeds moeilijk omdat er nog weinig materialen en producten in de database staan. Het project First Rotterdam heeft tot nu toe de hoogste materiaalscore behaald in de ontwerpfase.
Toeleveranciers van materialen worden ook beter in het leveren van bewijsmateriaal met betrekking tot de herkomst. De milieudata van producent specifieke producten kunnen nog niet in de nationale materialendatabase. Dat is jammer. Dat zou wat ons betreft wel wat sneller mogen.”

2. Een ander kritiekpunt was dat de assessments niet uniform zouden zijn?
Van Uffelen: “De assessments zelf zijn wel uniform, maar er zitten verschillen tussen de experts (doorgaans ingehuurd door de ontwikkelaar, redactie) en de assessors (een onafhankelijke derde partij, redactie). Ik vind de controle en validatie van de assessments nog niet van hetzelfde kwaliteitsniveau. We doen altijd steekproeven op alle projecten. Dat is nodig om de kwaliteit te waarborgen. Zodra de assessor slecht werk levert, lopen ook voor ons de kosten op”.

3. Wat gaan jullie daar aan doen?
Van Uffelen: “We gaan er extra aandacht aan besteden in onze trainingen. Ook ontwikkelen wij zoveel mogelijk hulpmiddelen en verbeteren wij de assessmenttool zodat de kosten omlaag gaan en de kwaliteit omhoog. Als uiterste middel gaan we geld vragen als een assessment te vaak door ons gecorrigeerd moet worden. De eerste drie keer zijn gratis. We hebben nu ingevoerd dat vanaf een vierde correctieronde de assessor gaat betalen. We zijn dan nog aardiger dan bij LEED. Daar heeft de assessor één kans om alles volledig goed in te leveren.”

4. Een dergelijke strenge maatregel zou BREEAM-NL toch minder aantrekkelijk maken?
Van Uffelen: “In Nederland gun ik de markt die leercurve om het te ontwikkelen. Die leercurve maakt de eerste keer certificeren kostbaar, maar wij zien bij tweede projecten reeds een halvering van de kosten. We moeten daarom de bewijslasten slimmer maken. Onze assessment-tool is slimmer geworden. Bij BREEAM Bestaande Bouw kun je bewijs per vastgoedportefeuille aanvoeren. Als je bijvoorbeeld voor tien panden hetzelfde beleid hebt, dan wordt de vraag gelijk voor tien panden ingevuld. Wij krijgen vaak veel meer bewijsmateriaal dan wij vragen. Iedereen is dan voor absolute zekerheid gegaan. Voorbeeldbewijs gaat de expert en assessor meer zekerheid bieden en zal een besparing op externe inhuur opleveren”.

Vraag aan de lezer

Wat is uw ervaring met BREEAM-NL? Wat zou er nog verbeterd kunnen worden? Reageer hieronder.