5 vragen aan Hogeschool Rotterdam: “Elk jaar besparen we tien procent energie”

5 vragen aan Hogeschool Rotterdam: “Elk jaar besparen we tien procent energie”

De Hogeschool Rotterdam heeft zestien gebouwen in beheer verspreid in de Maasstad. Het energieverbruik van deze locaties wordt structureel gemonitord door Toon de Jong, energiebeheerder bij de Hogeschool Rotterdam. De Jong: “Elk jaar gaan we uit van tien procent energiebesparing”.

MJA3-convenant

Eind 2008 is het energieconvenant MJA3 gesloten tussen de HBO-raad en de toenmalige minister van VROM Jacqueline Cramer. In het convenant staat opgenomen dat de betrokken hogescholen dertig procent energie-efficiencyverbetering te bereiken in de periode 2005-2020. In het convenant staan drie voorwaarden: elke school stelt een Energie-efficiencyplan (EEP) op,  relevante energiegegevens worden aan AgentschapNL gerapporteerd en elke school heeft een energiezorgsysteem geïmplementeerd op basis van ISO 40001.

1. Hoe staan jullie tegenover het MJA3-convenant?
De Jong: “De Hogeschool Rotterdam is nog steeds deelnemer aan de MJA-3. Door de dynamiek van het onderwijs is het werken met een vier jaren plan niet echt zinvol. Uit de geschiedenis blijkt dat de behaalde besparingsindex lager is dan de geplande besparingsindex. Bij elke ontwikkeling moet gekeken worden of er duurzaamheidswinst/energiebesparing  is te behalen”.

2. Wat voor vestigingsbeleid heeft de Hogeschool Rotterdam?
De Jong: “Ons vestigingsbeleid is erop gericht om met onze gebouwen langs de metro-as van Rotterdam te zitten. Hiermee stimuleren we onze studenten om met de metro naar de stad en school te komen. Monumenten in de stad worden hergebruikt als schoolgebouw”.

3. Wat voor energiebeleid heeft de Hogeschool Rotterdam?
De Jong: “Onze scholen hebben een hoge interne warmtelast door de vele studenten en het computergebruik. Een groot van het jaar moet er in de gebouwen gekoeld worden in plaats van verwarmd. Per jaar willen we tien procent energie besparen. Belangrijker is nog dat onze studenten presteren. In een goed binnenklimaat, goed licht en een aangename temperatuur. We hebben liever dat iedereen zijn school afmaakt en op de arbeidsmarkt productief kan zijn. Dat is misschien wel belangrijker dan de energiebesparing die we nastreven. Studenten zijn ook verplicht om binnen hun opleiding een module over duurzaamheid te volgen. Zo gaat de opleiding ‘product ontwerpen’ in op cradle-to-cradle en gaat de opleiding accountancy in op de eisen
waaraan een milieujaarverslag moet voldoen”.

4. Wat is jullie bespaarpotentie?
De Jong: “Bij onze locaties ligt de meeste bespaarpotentie ’s nachts. Per jaar wordt er 3500 uur onderwijs gegeven. De rest van het jaar, ongeveer 5200 uur, zijn we gesloten. Als er in de basis één kilowatt bespaard kan worden, dan kan er op jaarbasis 5200 kWh bespaard worden. Als we open zijn, bespaar je 3500 kWh”.

5. Jullie werken met het meetsysteem van Innax. Kunt u daar meer over vertellen?
De Jong: “We werken met een onafhankelijk meetbedrijf omdat het zuiverder is dan monitoring door het energiebedrijf. Met de online applicatie van Innax kunnen we ons energieverbruik analyseren. Doordat we aan energiemonitoring doen, kunnen we per jaar tien procent besparen. Zodra de monitoring wordt losgelaten, verbruik je binnen korte tijd weer tien procent meer energie”.

Vraag aan de lezer

Doet uw organisatie aan energiemonitoring? Wat zijn uw ervaringen daarmee?