Energiebesparing in de gebouwde omgeving levert 24.000 banen op

Energiebesparing in de gebouwde omgeving levert 24.000 banen op

Energie besparende maatregelen in de gebouwde omgeving verminderen de energieafhankelijkheid en leiden tot meer werkgelegenheid, dat staat in een rapport van onderzoeksbureau CE Delft.

Jaarlijks kan 73 PJ op het primaire energieverbruik bespaard worden in de periode 2013-2030 door aanpassingen in gebouwen. Hiervoor moet per jaar een additionele 2.3 miljard euro worden geïnvesteerd in warmtepompen, restwarmtebenutting en elektriciteit- en warmtebesparende maatregelen. Dat is de conclusie van de studie Macro-economische effecten van transitiebeleid gebouwde omgeving dat is uitgevoerd in opdracht van het Topconsortium Kennis en Innovatie (TKI) EnerGO. Het TKI is een onderdeel van de Topsector Energie en richt zich op energie in de gebouwde omgeving.

Positieve economische effecten
Als de energie-efficiëntie maatregelen worden doorgezet hoeft er over deze periode minder energie geïmporteerd te worden, wat een besparing van 20 miljard oplevert. Dit betreft vooral geïmporteerd gas uit Noorwegen en Rusland.

De extra investeringsimpuls van 2.3 miljard euro per jaar in woningen, kantoren en zorginstellingen levert nieuwe werkgelegenheid in de bouw, installatiesector, energiedienstverlening en de toeleverende industrie. Jaarlijks levert dit 24.000 extra banen op, oplopend tot circa 0,5 % van de Nederlandse werkgelegenheid in 2024.

Als gevolg van de investeringen neemt het bruto binnenlandsproduct (BBP) met 0,7% toe en verbetert de handelsbalans met 1,7%, aldus het rapport.

Energiebesparende maatregelen
De besparingen kunnen worden gerealiseerd met verschillende renovatiemethoden voor energiebesparing, vooral gericht op terugdringen van de warmtevraag. Voor duurzame opwekking kunnen warmtepompen en zonne-energie, al of niet in combinatie met energieopslag worden ingezet. Met deze inzet op meer energiebesparing wordt tegelijkertijd twee keer zoveel CO2-bespaard (van 24% naar 57%) en wordt 8% meer hernieuwbare energie opgewekt (26% t.o.v. 18%) ten opzichte van voortzetting van het huidige beleid.

Business as usual versus transitie scenario’s
De uitkomsten van het rapport zijn gebaseerd op het vergelijken van twee scenario’s. In het business as usual scenario (BAU) worden de effecten van het huidige geïmplementeerde beleid doorgerekend voor de periode 2013-2030. De verwachting is dat de CO2-reductie 24% zal zijn in 2030 en het aandeel hernieuwbare energie 18%. Het gebouwgebonden energieverbruik wordt geschat op 670 PJ, een daling van 13% ten opzichte van 2013.

Het transitiescenario leidt tot een CO2 besparing van 57% en een aandeel hernieuwbare energie van 26%. Het gebouwverbonden verbruik zal dalen tot rond de 500 PJ in 2030. Een vermindering van ca. 35% in vergelijking met 2013.

Bronnen: Persbericht CE Delft, Macro-economische effecten van transitiebeleid gebouwde omgeving.
Beeld: livios.be