Energiebeleid als schaamlap (column)

Energiebeleid als schaamlap (column)

Stel: je bent fortuinlijk ZZP-er. Die zijn er heus, wees gerust. Goed jaar gehad, tijd om de winst af te romen. Aan het einde van het jaar koop je een Tesla model S. Je doet het via de zaak en stapelt EIA, MIA en BTW-aftrek op elkaar en boekt je eerste afschrijving nog in lopend boekjaar. Met je accountant schroef je een biertje open om de zaak te beklinken: geen bijtelling en de kilometerkosten van een Fiat 500, hooguit. Voordat een jaar verstreken is hoor je Wiebes stuntelen in de Tweede Kamer en weet je dat je de accountant moet bellen.

Je aanschaf- en uitgavenpatroon afstemmen op fiscaliteit krijgt het karakter van de woekerpolis. Gedane beloften werken alleen met de wind in de rug. Staand beleid wordt snel moe in de benen, zo blijkt telkens weer en de overheid verandert regelgeving naar gelang de tegenwind waait. Investeren in zonnepanelen loont, totdat het gemis aan energiebelasting Minister Kamp dwingt het toch maar anders te doen (salderen, 2017). Je warmtepomp die je vrijwaart gas in te kopen voor verwarming, wordt belast per gigajoule (warmtewet). En terwijl jij investeert in maatregelen voor energiebesparing, gaat de energiebelasting weer omhoog (per 1 januari 2015).

Laten we over de fiets van de zaak (die niet meer mag) maar niet beginnen. Het is eindeloos, maar ook van alle tijden. Het reclamebord op de stoep van de kruidenier werd belast en menig monumentaal pand is nog steeds dichtgemetseld vanwege de ooit geheven vensterbelasting. Wispelturigheid is niet nieuw, maar wel de schaamlap waarmee de overheid bezuinigingsmaatregelen bedekt: het energiebeleid.

Sportverenigingen kunnen al een aantal jaren de energiebelasting terugvragen, binnen bepaalde voorwaarden (google: “ecotax sportverenigingen”). Aangezien de energiebelasting per kWh ruim de helft bedraagt van de totale kosten voor stroom, gaat het op jaarbasis al snel om enkele duizenden euro’s. Voor aardgas is het aandeel belasting lager, maar toch. Het leeuwendeel gaat op aan elektriciteit (zo’n 10.000 euro per jaar, zegt Nuon). De veelal armlastige sportverenigingen krabben hun kont om de begroting sluitend te krijgen en zijn dus afhankelijk van een substantiële aftrekpost als deze. Maar, het is de teneur van dit verhaal, daar gaat een einde aan komen. Ook weer per 1 januari 2015.

In juli van dit jaar is het iedereen een beetje ontgaan, maar in het Algemeen Overleg van de Kamer heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mevrouw Schippers voorgelegd dat sportverenigingen gestimuleerd moeten worden om meer aan energiebesparing te doen en daarvoor een nieuwe subsidieregeling in het leven wordt geroepen. Geweldig natuurlijk en oh ja, foei dat die verenigingen te weinig doen aan besparing. Over de aard, inhoud en omvang van de subsidieregeling die volgend jaar ingaat zegt ze niets. Maar in haar brief van 23 oktober jl. voegt ze als laatste zinnetje toe – alsof het er niet toe doet: “In 2015 zullen sportverenigingen voor het laatste jaar gebruik kunnen maken van de huidige regeling teruggave energiebelasting”.

Sportverenigingen willen van alles. Nieuwe shirts voor de F’jes. Ledverlichting in de kantine. Geen zompig veld en dat de gemeente nu eindelijk iets aan afwatering gaat doen. Vrijwilligers voor de bitterballen. Verenigingen die hun jaarrekening dichtsmeren met de netto cash-in van terugontvangen energiebelasting, kunnen die gaan investeren om vervolgens een deel daarvan gesubsidieerd te krijgen? Investeren, waarvan?

Sigaar uit eigen doos, had ook een kopregel voor dit stukje kunnen zijn. Of nee, toch niet, want voor de sigaar die het hier betreft zullen sportverenigingen eerst een nieuwe doos moeten kopen. Kom nou eerst eens met een goed plan, mevrouw Schippers. Niet tijdens het spel de regels veranderen. Daar hebben we nu wel genoeg van.

Lees hier de brief van de minister

Meer over sportverenigingen en energiebesparing:
Nuon helpt sportverenigingen
Flevoland sport energieneutraal

Over de auteur: Siebe Schootstra is freelance webredacteur voor Energiemedia