Duurzame school niet persé energiezuinig

Duurzame school niet persé energiezuinig
PARTNERBIJDRAGE

Duurzaamheid van schoolgebouwen kan niet los gezien worden van het binnenklimaat. Maar voor een Frisse School is duurzaamheid niet hetzelfde als een laag energieverbruik. Dit stelt Enodes in haar partnerbijdrage.

De energieprestatie coëfficiënt (EPC) voor schoolgebouwen bedraagt volgens het Bouwbesluit op dit moment 0,7. Nog maar een paar jaren geleden bedroeg de EPC nog 1,3. Ontwerpers en bouwers realiseren inmiddels schoolgebouwen met nog lagere EPC-waarden.

Inventarisatie energieprestatie

Volgens de whitepaper van RVO ‘Ervaringen van zes koplopers van bijna energieneutrale scholen’ uit oktober 2014 zijn waarden van 0,25 of 0,10 geen uitzondering en worden ook volledig energieneutrale scholen opgeleverd (EPC=0 of zelfs negatief). Een school duurzaam maken gaat prima, maar tegelijk zorgen voor een gezond en comfortabel binnenklimaat blijkt een uitdaging. Enodes heeft op basis van onderzoek naar de energieprestatie van een zestigtal bestaande schoolgebouwen een onderling vergelijk opgesteld. Wat blijkt is dat een duurzaam ontwerp nog geen garantie is voor een laag energieverbruik, integendeel. De energiekosten per m2 blijken te variëren van 4,- tot meer dan 12,- euro, voor vergelijkbare gebouwen.

Dalende trend energieverbruik

Enodes verzorgt energiemanagement voor o.a. schoolgebouwen in opdracht van gemeenten en schoolbesturen. Bij de inventarisatie van een gebouw wordt gekeken naar het energieverbruik, waarbij het werkelijke verbruik wordt afgezet tegen het te verwachten energieverbruik. Het vergelijken van deze zogenoemde ‘nulmeting energieprestatie’ voor verschillende scholen naar bouwjaar, laat een duidelijke trend zien. Scholen gebouwd rond 1900 hebben een gemiddeld verbruik van 18 euro/m2. Er is een geleidelijke daling waar te nemen als we kijken naar meer recente bouwjaren. Een school uit 1960 verbruikt nog 12,- euro/m2, uit 2000 rond een tientje en jonge gebouwen rond de 8,- euro/m2 gemiddeld. Tegelijk is een grotere spreiding te zien, in gebouwen van na 1990. De bandbreedte voor onderling vergelijkbare schoolgebouwen kan zomaar 8,- euro/m2 bedragen.

Belofte van laag energieverbruik

Een vaak gehoorde klacht is dat een schoolbestuur fors extra heeft geïnvesteerd in de duurzaamheid van nieuwbouw, maar dat de kosten voor energie na oplevering enorm tegenvallen. Dit lijkt met elkaar in tegenspraak. Toch is een lage EPC geen garantie voor een lage energierekening. Dit zegt Peter Booij, energieadviseur van Enodes. ’Je kunt een gebouw potdicht maken, maar dan is extra ventilatiecapaciteit benodigd.’ Praktijkvoorbeelden genoeg. ‘Regelmatig kom ik in scholen waar de ventilatie met warmteterugwinning op vol vermogen staat, dag en nacht.’ Goed geïsoleerde gebouwen uitgerust met installaties die het in de EPC berekening goed doen, kunnen de energierekening behoorlijk opjagen.

image

Kernprobleem is ventilatie

Het binnenklimaat van scholen is in de bestaande bouw verre van optimaal. ‘Een oud schooltje is vaak zo gek nog niet,’ zegt Peter Booij. ‘Met hoog geplaatste klapramen kan ieder lokaal naar behoefte geventileerd worden en door de hoge plafonds bestaat een buffer.’ Scholen gebouwd in de periode vanaf de jaren ’90 van de vorige eeuw komen er slecht vanaf. ‘Goedkope bouw, lage plafonds en slechte ventilatie. Een garantie voor een slecht klimaat.’ Uit de inventarisaties van Enodes blijkt dat in klaslokalen de CO2-waarde zeer snel kan oplopen, tot 2000 ppm al binnen enkele uren. ‘Dat is alleen met goede ventilatie te voorkomen. Volgens huidige normen moet de lucht in een lokaal 5 x per uur ververst worden. Maar de GGD vindt dat 10x de norm moet zijn, om een ziekmakende omgeving te voorkomen. Een Frisse School is heel goed mogelijk, maar ventileren kost geld.

Koelen belangrijker dan verwarmen

Voor moderne scholen met een lage EPC is de interne warmteproductie mede oorzaak van veel ongemak. ‘Verlichting levert al een warmtebijdrage,’ rekent Peter Booij voor. ‘Dat is zo’n 10 Watt per vierkante meter. Voeg daarbij de warmteproductie van de leerling, goed voor ongeveer 80W. In een lokaal met 30 leerlingen kom je makkelijk op 40W per vierkante meter.’ Verwarmen is dus niet het probleem, maar juist het koelen, stelt hij. Het opwarmen begint al met het probleem van veelal ingestelde stooklijnen op 18 gr. buitentemperatuur. ‘Naar mijn inzicht kun je de verwarming al afschakelen vanaf 10 graden C. buitentemperatuur. De interne warmteproductie is genoeg om het behaaglijk te houden.’ In warmere perioden is voor het moderne schoolgebouw koeling en ventilatie essentieel. De veelal voorkomende WTW-ventilatie werkt dan niet mee. ‘Juist met koele buitenlucht kun je èn ventileren èn tegelijk koelen.’ De duurzame school met warmtepomp en WTW-ventilatie kan rekenen op een hoger energieverbruik dan gemiddeld. Toch hoeft dat niet.

Duurzaam en Fris kost geld

Voor het ideale schoolgebouw gaat het om een combinatie van oplossingen. Het inzicht in de samenhang tussen energieprestatie en een fris binnenklimaat is verbeterd. ‘Gelukkig bouwen we weer scholen waarvan de ramen open kunnen,’ zegt Peter Booij. Maar de aandacht voor een laag energieverbruik mag het streven naar een Frisse School niet in de weg staan. “Het gaat om een combinatie van toepassingen, waardoor een gunstig energieverbruik bestaat in combinatie met een gezond binnenklimaat. Kleine ramen die open kunnen, maar dan wel boven de zonwering geplaatst,’ somt hij op. ‘Beter inregelen van de klimaatinstallaties en sneller stoppen met stoken. De meet- en regeltechniek voorzien van de juiste stooklijn met bijbehorende kantelpunt. Geen traag werkende vloerverwarming toepassen, maar konvektoren aan de borstwering om koudeval op te vangen. Hierdoor kan snel worden ingespeeld op variërende warmteproductie door personen, verlichting en de zon. Niet te lage plafonds en LED-verlichting zonder warmtebijdrage. Voorzie het luchttoevoerkanaal per lokaal van een volumeregelaar op basis van CO2 en een naverwarmer voor een goed binnenklimaat.’

‘Maar denk ook aan nieuwe toepassingen, zoals het ventilatieplafond en phase changing materials. Ook voor bestaande gebouwen zijn oplossingen.’ Renovatie of nieuwbouw met aandacht voor duurzaamheid en klimaatkwaliteit kost geld. “In praktijk wel 50% meer dan de vergoeding die de overheid aan scholen betaalt,’ besluit Peter Booij. ‘Ziehier het feitelijke probleem.’

Uit de whitepaper van RVO:

Een EPC met een waarde van ongeveer 0,65 wordt gerealiseerd door:
• een goede bouwkundige schil,
– Rc waardes vanaf 5 m2/K/W; de meeste scholen hebben hogere isolatiewaarden met een maximum van 8;
– toepassen van drielaags glas, meestal wordt handbediende buitenzonwering toegepast
– goede naad- en kierdichting
– kwaliteitsborging van de uitvoering door thermische opnames en luchtdichtheidsmetingen
• een compacte bouwvorm en zongeoriënteerd,
• een warmtepomp met warmtekoudeopslag in een gesloten bron en lage-temperatuurverwarming of stadsverwarming,
• gebalanceerde ventilatie met CO2-sturing en warmteterugwinning,
• energiezuinige verlichting. In de lokalen wordt niet altijd gekozen voor verlichting op basis van bewegingssensoren.
In de praktijk is dit niet nodig en vaak zelfs ongewenst.

Naschrift:
Peter Booij werkt als energieadviseur voor Enodes, specialisten in energiebeheer in de gebouwde omgeving.