Colocation biedt ‘groene’ oplossing voor Natuurmonumenten

Colocation biedt ‘groene’ oplossing voor Natuurmonumenten
EXPERTBIJDRAGE

Met ruim 725.000 leden is Natuurmonumenten een van Nederlands grootste verenigingen. Zoals voor elke organisatie wordt voor Natuurmonumenten de afhankelijkheid van ICT voor haar bedrijfsvoering steeds groter. Een expertbijdrage van Robin Scholten.

Vanuit een centraal hoofdkantoor en 120 locaties in zes regio’s zorgen in totaal 600 medewerkers en enkele duizenden vrijwilligers voor het beheer van diverse Nederlandse terreinen en de bescherming van de natuur. Het ICT-team telt twintig medewerkers.

Goed werkende systemen en bereikbaarheid zijn cruciaal voor de vereniging – niet alleen voor de financiële continuïteit, ook voor een goed imago. Daarom koos Natuurmonumenten voor colocation: de organisatie wilde een deel van haar serverpark onderbrengen in een extern datacenter. Natuurmonumenten was bewust op zoek naar een ‘groen’ en CO2-vriendelijk datacenter.

Uitwijkmogelijkheid

Natuurmonumenten wil een goed beheerder zijn van Nederlandse natuurgebieden en werkt daarbij bovendien aan maatschappelijke verbondenheid. De vereniging opereert, alleen al vanwege haar omvang, als een bedrijf. Naast maatschappelijk draagvlak en onder meer contributies, sponsoring en nalatenschappen maakt Natuurmonumenten voor haar werk gebruik van diverse subsidieregelingen – zowel landelijk als Europees.

Omdat Natuurmonumenten te maken heeft met tijdkritische processen, zoals de aanvraag en verantwoording van subsidies, is een uitwijkmogelijkheid erg belangrijk. Als de systemen uitvallen, kunnen ze niet aan een deadline voldoen en dat heeft direct financiële consequenties. Daarnaast hebben ze onder meer een zeer uitgebreide ledenadministratie. Wanneer Natuurmonumenten niet goed bereikbaar is, leidt dat niet alleen tot financiële schade, maar ook tot imagoschade. Een goede borging van de continuïteit van de systemen is dus heel belangrijk.

Toekomstvaste oplossing

Een belangrijke reden voor Natuurmonumenten om voor colocation te kiezen, volgde uit een intern onderzoek. Hieruit bleek namelijk dat bij totaalverlies van het eigen datacenter in het gunstigste geval circa vijf weken hersteltijd nodig zou zijn, om de systemen voor de basisprocessen weer op te bouwen. De noodzaak van een uitwijkoptie werd hiermee onomstotelijk bewezen – de risico’s zijn voor een organisatie als Natuurmonumenten te groot als je zo’n lange tijd uit de lucht bent. Volgens het strategische doel van de organisatie moeten de basisvoorzieningen er bij calamiteiten binnen vijf werkdagen weer staan.

Naar aanleiding van het onderzoek koos Natuurmonumenten er voor om een deel van het serverpark over te brengen naar een datacenter van KPN. Dat heeft vooral te maken met het duurzame karakter van de leverancier. Natuurmonumenten was namelijk op zoek naar een ‘groene’ leverancier, die zich zo dicht mogelijk bij ’s-Graveland bevond, financieel stabiel is en klaar is voor de toekomstvisie van Natuurmonumenten.

KPN kwam van de drie geselecteerde partijen het beste uit de bus. Niet alleen op basis van prijs en kwaliteit, maar ook in de mate waarin de datacenters ‘groen’ zijn, kwamen stabiliteit en continuïteit als beste uit de selectie. De datacenters van KPN maken namelijk enkel gebruik van donkergroene stroom: wind- en biomassa-energie die gegarandeerd en aantoonbaar uit Nederland komt. Dit past goed bij het groene karakter van Natuurmonumenten onder haar leden.

Het datacenter biedt de serveromgeving van Natuurmonumenten een volledig state-of-the-art onderkomen waarin zaken als warmte, lucht, koeling en energie optimaal en milieuvriendelijk geregeld zijn. Ook het beveiligingsproces – wie toegang heeft tot welke secties, met speciale pasjes en andere protocollen – zit zeer strak in elkaar.

Verminderde kwetsbaarheid

De inrichting van de uitwijklocatie verliep heel goed. De behoeften van Natuurmonumenten waren duidelijk en dat stelde KPN in staat snel te reageren met een gedegen transitieontwerp. De grootste zorg van Natuurmonumenten was het daadwerkelijk overzetten van de data. Daarom zijn in een eerste fase alleen de meest kritische datasystemen overgezet: storage en mail, dataopslag van de financiële afdeling en de kantoorautomatisering. In een tweede fase zullen de servers overgaan.

Natuurmonumenten profiteert nu al van een verminderde kwetsbaarheid. Daarnaast besparen ze op energie en personeelskosten voor het uitwijkproces dat een arbeidsintensief proces vormt. De colocation draagt bovendien bij aan een positief imago: Natuurmonumenten heeft alles veilig en goed geregeld.

Beeld KPN_DATACENTER_AALSMEER_EXTERIEUR[1]: Lewis PR / KPN Datacenter