Benchmark energieverbruik dienstensector en bedrijfsgebouwen

Benchmark energieverbruik dienstensector en bedrijfsgebouwen
EXPERTBIJDRAGE

Vorig jaar bracht ECN-onderzoeker ing. J.M. Sipma het energiebesparingspotentieel van utiliteitsgebouwen in kaart. Deze maand verscheen het vervolg: het energieverbruik van 24 verschillende gebouwtypen binnen de dienstensector en enkele industriële sectoren.

De benchmark energieverbruik utiliteit 2016 geeft een gedetailleerd inzicht in de energie-intensiteit naar gebouwtype, gebouwoppervlak en bouwjaar. ECN heeft het onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en milieu, onder andere om het bereik van de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit te kwantificeren. Gebouweigenaren kunnen het eigen energieverbruik nu goed vergelijken met het marktgemiddelde van vergelijkbare objecten.

Activiteitenbesluit

‘In het Energieakkoord voor duurzame groei is afgesproken het energiebesparingsbeleid in de gebouwde omgeving en de industrie te intensiveren’, meldt Sipma. ‘Met name in de vastgoed en de kleinere industrie kan veel extra besparing gerealiseerd worden.’ Dit bleek al uit het onderzoeksrapport van een jaar geleden, naar het besparingspotentieel in de dienstensector. Alleen al op het verwarmen van gebouwen is een besparing mogelijk van 67 petajoule. Dit is een besparing van 37 procent op het gasverbruik van die gebouwen.

In het Energieakkoord staat 100 PJ genoemd als doelstelling voor 2020. De keuze voor gebouwtypen en sectoren is bepaald door de branches waarvoor de ‘erkende maatregelenlijsten‘ zijn gemaakt. Volgens het Activiteitenbesluit behoren bedrijven en instellingen maatregelen voor energiebesparing uit te voeren indien deze zich binnen vijf jaren terugverdienen (art. 2.15).

Voor kantoorgebouwen bijvoorbeeld geldt dat de 68.000 in de basisadministratie adressen (BAG) voorkomende gebouwen samen zo’n 87 miljoen m2 aan gebruiksoppervlakte tellen. ‘Wanneer al deze kantoren in gebruik zouden zijn, wordt een jaarlijks verbruik berekend van 955 mln m3 gas (30 PJ) en 7.800 mln kWh (28 PJ)’, schrijft Sipma. Dit is exclusief leegstandseffecten. Hij berekende dat 27 procent van de kantoorgebouwen onder het Activiteitenbesluit valt. Omdat dit de relatief grotere panden betreft, nemen deze 84 procent van het totale oppervlak voor rekening, met 77 procent van het gasverbruik en maar liefst 90 procent van het elektriciteitsverbruik. Zo bezien heeft de Wet milieubeheer een groot bereik.

24 gebouwtypen

In het onderzoek zijn verschillende databestanden gekoppeld, met de de basisadministratie adressen en gebouwen als uitgangspunt. Het CBS leverde de data van gas- en elektriciteitsverbruik. Verder werd onderscheid gemaakt naar gebouwgrootte en naar bouwjaarklassen. In de tabel hieronder worden de eindresultaten gegeven met de gemiddelde energie-intensiteiten. Met ‘ongewogen’ wordt bedoeld het totale verbruik gedeeld door het aantal gebouwen.

ECN-Benchmark-Utiliteit2016

Benchmark

De data uit bovenstaande tabel zijn nog ‘grof’. Door uitsplitsing naar grootteklasse en bouwjaar ontstaat een scherper beeld en wordt het mogelijk eigen gebouwen te vergelijken met de uitkomsten uit dit onderzoek. Sipma beschrijft in zijn artikel (zie hieronder) hoe de uitkomsten te gebruiken zijn als benchmark, waarbij hij ingaat op de spreiding van verbruik. Grote, nieuwe gebouwen gaan efficiënter om met energie dan kleine, oude. Voor het vergelijken van de eigen vastgoedportefeuille zijn daarom de tabellen nodig, die in een aparte spreadsheet als download beschikbaar zijn.

Met dit benchmarkonderzoek is een belangrijke stap gezet en voor het eerst zijn goed gedetailleerde, actuele verbruiksgegevens beschikbaar, op basis van verbruiksdata over 2013. Eerder was de publicatie ‘Energieverbruik per functie’ (Meijer Energie & Milieumanagement B.V. voor SenterNovem) uit 2009 een bruikbaar overzicht van kentallen. Door eerder bepaalde kentallen op een rij te zetten wordt een trend zichtbaar. Zeker indien we de komende jaren het effect van energiebesparing willen volgen, is het jaarlijks verversen van het benchmark nodig. Overigens, zo meldt Sipma in zijn artikel, was de gasintensiteit voor kantoren in 1995 ongeveer 38 m3/m2. Dat betekent dat het gasverbruik in 13 jaren met 56 procent is afgenomen.

Meer:
ECN Publicatie: ‘Ontwikkeling energiekentallen utiliteitsgebouwen‘, januari 2016, pdf
En op dezelfde pagina de spreadsheet: Bijlage_ECN-E–15-O68