Bedrijven geven weinig om duurzaamheid eigen gebouw

Bedrijven geven weinig om duurzaamheid eigen gebouw

In 40 procent van Nederlandse organisaties wordt weinig gegeven om de duurzaamheid van het eigen gebouw. Dit concludeert de Dutch Green Building Council (DGBC) op basis van de Nationale Duurzaamheidsmonitor 2015.

Voor het onderzoek van SGS Search is er onder andere gekeken naar het thema ‘Energieakkoord’, een onderwerp dat juist op bedrijfsniveau om aandacht vraagt. De helft van de ondervraagden vindt verduurzaming wél belangrijk, en 60 procent neemt maatregelen op het gebied van veiligheid en comfort, gezondheid en energieverbruik. 41 procent let actief op het gebruik van duurzame materialen bij de bouw, verbouw en inrichting van hun bedrijfspanden.

Certificeren

Het is dan ook niet verrassend dat nog maar een minderheid van alle respondenten het eigen bedrijfspand heeft laten certificeren of beoordelen op duurzaamheid. 19 procent beschikt over een EPA-, BREEAM-, GPR– of ander certificaat (vooral afkomstig uit de hoger ontwikkelde segmenten), nog eens 19 procent loopt met plannen daarvoor rond, en 31 procent (vrijwel allemaal onder aan de duurzaamheidsladder) zegt hardop dit niet te overwegen.

De opvolger van de Nationale Duurzaamheidsmeter 2013 is gepubliceerd om de actuele stand van zaken van ondernemend Nederland op het gebied van duurzaamheid te onderzoeken. 87 procent (79 procent in 2013) van de organisaties met duurzaamheidsdoelen zegt alle of een deel van de doelstellingen te meten. Over de hele linie is het beeld dat vooral de ecologische footprint zich blijkbaar het gemakkelijkst laat vertalen naar meetinspanningen.

Zaken als het energieverbruik (72 procent), het papierverbruik (43 procent), het waterverbruik (40 procent), het brandstofverbruik (42 procent), de afvalreductie (53 procent), de CO2-emissie (44 procent) en de duurzaamheid van de huisvesting (26 procent) worden door de metende organisaties het meest genoemd als onderwerp van hun inspanningen.

Ontwikkelingsladder

Voor de Nationale Duurzaamheidsmonitor 2015 is gebruikgemaakt van een zogeheten ontwikkelingsladder, die laat zien waar een bedrijf staat ten opzichte van duurzaamheid. Segment A (15 procent) doet wat moet en komt niet verder dan het beperken van papier- energieverbruik. Zij willen dus ook liever geen tijd, geld en inspanning besteden aan het verduurzamingsproces van de huisvesting.

Segment B (35 procent) heeft de focus op laaghangend fruit. Deze organisaties voelen zich verplicht om erover na te denken, maar hebben het begrip duurzaamheid zich nog niet helemaal eigen gemaakt. Segment C (25 procent) luistert naar de markt. Duurzaamheid leeft en medewerkers zijn betrokken, vooral uit commercieel oogpunt. Segment D (8 procent) heeft duurzaamheid in de genen en Segment E (18 procent) ziet duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen als basisvoorwaarde.

Wat opvalt is dat de meeste verduurzamingswinst valt te behalen voor de bedrijven in segment B. Deze grootste groep kan met relatief lage investeringen in kennis en capaciteit de komende jaren reuzenstappen maken op de ontwikkelingsladder.

Kansen

Op meerdere terreinen blijven nog genoeg kansen liggen. Zo heeft minder dan de helft (48 procent) een door de hele organisatie gedragen en begrepen mobiliteitsbeleid om vervoersbewegingen zo rationeel mogelijk in te richten. Ook heeft maar 38 procent concrete maatregelen genomen om het waterverbruik terug te dringen (toch laaghangend fruit), en is slechts een kwart bewust bezig om de negatieve effecten van het landgebruik te compenseren.

Als er gekeken wordt naar het gehele plaatje, denkt 70 procent dat je als organisatie reputatie- en marktschade lijdt als je niet duurzaam opereert. Bijna een kwart (22 procent) heeft hierover (nog) geen mening. Maar als het gaat om ecologische en sociale betrokkenheid, vindt 86 procent dat je als organisatie de plicht hebt om na te denken over de impact op milieu én samenleving.

Bron: Duurzaamheid-search.nl

Beeld Kantoorgebouw: Unsplash