‘Verduurzamen huurwoningen naar energielabel B gaat mislukken’

‘Verduurzamen huurwoningen naar energielabel B gaat mislukken’

Nederlandse woningcorporaties beschikken niet over genoeg financiële middelen om te investeren  in het verduurzamen van huurwoningen naar energielabel B. Dat blijkt uit onderzoek van Team Vier.

De Nederlandse woningcorporaties bezitten ruim 31 procent van de hele huizenvoorraad: zo’n 2,4 miljoen woningen. Bijna de helft (43,3%) van deze woningen heeft energielabel C of lager. In het huidige tempo wordt de in het SER-Energieakkoord vastgelegde ambitie van een gemiddeld energielabel B in 2021 niet gehaald. Daarom hebben Bouwend Nederland en UNETO-VNI opdracht gegeven aan onderzoeksbureau Team Vier uit te zoeken wat de oorzaken zijn van de uitblijvende verduurzaming van de huizenvoorraad van woningcorporaties.

Er gebeurt te weinig

Uit het onderzoek van Team Vier blijkt dat het ontbreken van financiële middelen een belangrijke reden is voor het uitblijven van verduurzaming. Drie op de vijf corporaties geven wel aan binnen een jaar in te gaan zetten op duurzaamheidmaatregelen die iedere woning voorzien van minimaal energielabel B. Een op de vijf wil dit binnen twee tot vijf jaar gaan doen.

Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwen Nederland vindt dat er veel meer vaart achter moet worden gezet: ‘Huurwoningen moeten veel sneller energiezuinig gemaakt worden. Nog 1,8 miljoen huurwoningen moet voor eind 2020 gemiddeld op energielabel B komen, volgens de afspraken in 2012. In september 2013 kwam daar het Energieakkoord overheen. Toen werd ook 400 miljoen euro vrijgemaakt voor verduurzaming. Maar bijna al dat geld ligt nu nog steeds op de plank! Er gebeurt veel te weinig’.

STEP-regeling

De ambitie van gemiddeld energielabel B in 2021 voor alle corporaties lijkt (vooralsnog) niet realistisch. Het gemiddelde jaarlijkse budget voor verduurzamen is te beperkt om grote stappen te maken. De Energieprestatievergoeding (EPV) kan ruimte bieden, maar slechts één op de vijf corporaties geeft aan gebruik te gaan maken van deze vergoeding. Bovendien geldt deze alleen voor Nul-op-de-Meter-renovaties, waarvoor lang niet al het corporatiebezit geschikt is.

Volgens de voorman van de bouwsector is er te weinig ambitie. ‘Corporaties staan er alweer beter voor dan een paar jaar geleden en die 400 miljoen ligt te verstoffen, daarmee kunnen verhuurders een deel van de investeringen krijgen: de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector, ofwel de STEP-regeling. Maar wel moeten ze eerst daadwerkelijk geïnvesteerd hebben. Corporaties die niet investeren kunnen ’t dus ook niet terugvragen en daar wringt de schoen. Dat zou anders moeten. Waarom halen we voor corporaties, die de middelen die niet kunnen vrijmaken, het STEP-geld niet naar voren? Dan hebben ze per direct de investeringsruimte om te werken aan die grote en belangrijke opgave.’

Energielabel B in 2020, A in 2030

‘Die houdt niet op met label B in 2020; in 2030 moet het gemiddelde label A zijn, en in 2050 energieneutraal, voor alle woningen in Nederland. Dat lijkt ver weg, maar het gaat om enorme aantallen. Er zijn dus heel serieuze stappen nodig. Nu heeft nog geen kwart van de huurhuizen label B. We willen met z’n allen een duurzamer Nederland en minder gasverbruik. Dat kan nog steeds, maar dan wel met veel meer tempo. Zoals het nu gaat, komen we er niet’, meent Verhagen.

Beheersing van woonkosten bepaalt veel sterker de besluitvorming dan verduurzaming. Drie op de vijf corporaties vinden dat huurders moeten meebetalen aan verduurzaming, meestal in de vorm van hogere huurlasten. Huurders lijken echter alleen onder een aantal strikte voorwaarden hiertoe bereid.

Verhuurdersheffing

Huurders vinden duurzaamheid wel degelijk belangrijk, zegt Team Vier. Maar zij investeren per definitie bijna nooit, omdat men bij het verlaten van een huurwoning de investering verliest. De onderzoekers suggereren dat die bereidheid zou kunnen toenemen wanneer er in overleg tussen woningcorporatie en huurder meer duidelijkheid komt over verbetering van wooncomfort, mogelijkheden, kosten en financiële compensatie bij het verlaten van de woning.

Bouwend Nederland vindt dat de effecten van de verhuurdersheffing voor investeringen van corporaties nauwkeurig in kaart moeten worden gebracht. ‘Om handen en voeten te geven aan de nieuwe prioriteit voor energiebesparing, zijn er natuurlijk ook flinke investeringen nodig. Daarom zou de politiek eens moeten kijken naar de effecten van de verhuurdersheffing. Als blijkt dat verduurzaming niet op snelheid komt door de verhuurdersheffing, dan moet deze worden aan gepast, zodat investeringen worden beloond. Dat betekent dat bij de evaluatie van de heffing niet alleen wordt teruggekeken, maar vooral de blik naar de toekomst gericht moet worden’, aldus Verhagen.

Portefeuillestrategie

Toch ligt het lage tempo van verduurzaming niet alleen aan de financiële middelen volgens Verhagen: ‘Corporaties moeten verduurzaming een serieuze plek geven in hun portefeuillestrategie, strategisch voorraadbeheer en meerjaren-onderhoudsplanning. Naast beheersing van woonkosten en huisvesten van specifieke groepen.’ In samenwerking met Aedes en VNO NCW wil Bouwend Nederland de mogelijkheden verkennen om de financiële en organisatorische barrières voor verduurzaming zo veel mogelijk weg te nemen.

‘Technisch is er veel mogelijk, dat is de moeilijkheid niet bij verduurzamen’, weet Verhagen. ‘Een of meer labelstappen, direct renoveren naar Nul-Op-De-Meter of sloop en zeer energiezuinige nieuwbouw. Wat nuttig en haalbaar is, verschilt per corporatie en zelfs per woningblok, maar we mogen bij deze gigantische, belangrijke opgave niet gehinderd worden. Integendeel!’

Bron: Bouwend Nederland