ECN agendeert besparing met energiemanagementsystemen in utiliteitsbouw

ECN agendeert besparing met energiemanagementsystemen in utiliteitsbouw

Door energiemanagementsystemen in te zetten in de utiliteitsbouw kan daar op jaarbasis 20 tot 30 PJ bespaard worden aan energiekosten. Dat blijkt uit een onlangs gepubliceerde notitie van ECN over dit onderwerp.

Aanleiding voor de notitie is het grote onbenutte potentieel van energiemanagementsystemen (EMS), welke in potentie 20 à 30 PJ finale besparing kunnen realiseren door toepassing in de utiliteitsbouw. Ondanks dit grote potentieel, worden dit soort systemen slechts incidenteel toegepast, veelal door onbekendheid. De notitie heeft tevens gediend als input voor een recent opgestelde Kamerbrief van de Minister van Economische Zaken gericht aan de Tweede Kamer, over de Digitale Agenda.

Energieprofiel

In de notitie van ECN staat onder andere dat de gemiddelde terugverdientijd van monitoring met energieprofielen is minder één jaar is. Uit onderzoek van TNO en Halmos Adviseurs blijkt dat het energiegebruik in gebouwen gemiddeld 25% hoger is dan je op basis van de aanwezige technologie en bedrijfsprocessen mag verwachten. Naar aanleiding van dit onderzoek is er in opdracht van RVO een handleiding opgesteld door Cofely en Hamos voor het in kaart brengen van energieprofielen. De energieprofiel aanpak is in de praktijk getoetst. In Nederland is de methode inmiddels bij een aantal gebouwen succesvol toegepast. Hierbij zijn grote energie-inefficiënties aangetroffen, niet alleen bij gebouwen met een energielabel G, maar ook bij gebouwen met een goed energielabel. Door de methode te volgen zijn energiebesparingen van vijftien tot veertig procent gerealiseerd. De gemiddelde terugverdientijd van de monitoring met energieprofielen was minder dan één jaar.

Verder is in de notitie te lezen dat gebruikers van energiemanagementsystemen aangeven dat als de ‘quick wins’ op het gebied van inregelen (tussen 10-20%) zijn behaald, ze het EMS vooral gebruiken om adequaat te reageren op storingen die in beeld komen door een afwijkend energieprofiel. Het EMS is dan een onderdeel geworden van het beheer en onderhoud. Daarnaast is het EMS een goede tool om de voortgang van het duurzaamheidsbeleid te monitoren, sommige gebruikers hebben een doelstelling om te besparen als organisatie.

Besparingspotentieel

Als in kantoren en andere utiliteitsgebouwen tientallen procenten bespaard kan worden op het energiegebruik door het inregelen en optimaliseren van installaties voor verwarming, koeling en ventilatie dan gaat het om een aanzienlijk totaal besparingspotentieel. Een onderzoek naar het opleveren van klimaatinstallaties van Halmos in opdracht van ISSO, kennisinstituut voor de installatiesector, geeft aan dat in de afgelopen 10 jaar de kwaliteit van installaties in de praktijk maar beperkt is verbeterd. Halmos heeft de indruk dat meer dan 70% van de klimaatinstallaties in gebouwen niet goed functioneren met gemiddeld genomen 30% energieverspilling op het energiegebruik voor klimatisering tot gevolg. Met de inschatting dat zeker de helft van het energiegebruik van gebouwen is bedoeld voor verwarming, koeling en ventilatie en het gasverbruik en elektriciteitsverbruik in de utiliteitsbouw samen 250 PJ finaal betreft, gaat het om 20à 30 PJ finale besparing.

In de notitie doet de ECN een viertal aanbevelingen:

1. Richtlijnen voor opleverproces installatiebranche

Opvallend is dat ook bij nieuwe gebouwen met nieuwe installaties ook nog veel energiebesparing te halen valt. Het is wenselijk dat er een transitie plaats vindt van oplevermoment naar oplever proces. Dat opleverproces betekent het functioneel testen van installaties (‘proefdraaien’) in verschillende seizoenen na oplevering.

2. Evaluatie installatiekeuringen in kader van EU-wetgeving

In het kader van de Europese richtlijn energieprestatie gebouwen EPBD zijn periodieke installatiekeuringen voor verwarmingssystemen en airco’s verplicht. Dit betreft echter het keuren van één component binnen een klimaatinstallatie en borgt niet het goed functioneren van de gehele klimaatinstallatie als systeem. Het verdient aanbeveling het effect van deze installatiekeuringen te evalueren en te onderzoeken of deze wetgeving kan worden ingezet om bredere eisen te stellen aan het functioneren van de gehele klimaatinstallatie als systeem

3. Richtlijnen onderhoud en onderhoudscontracten met energieprestatiegarantie

Optimalisatie en inregeling van installaties voor verwarming, koeling en ventilatie zou bij onderhoud standaard meegenomen moeten worden. Er is software beschikbaar in de markt om de performance van installaties meetbaar te maken. Via richtlijnen voor de installatiebranche kan worden gestimuleerd dat optimalisatie en inregeling standaard wordt meegenomen bij nieuwe installaties en het onderhoud. Om onderhoudscontracten met prestatiegarantie te stimuleren kan worden overwogen om gebouwbeheerders met zo’n onderhoudscontract bijvoorbeeld vrijstelling van installatiekeuringen te geven.

4. Performance monitoring of monitoring energieprofielen afdwingen via Wet Milieubeheer

De toepassing van energiemanagementsystemen zou gestimuleerd kunnen worden via de Wet Milieubeheer en in de Meerjarenafspraken energie-efficiëntie (MJA’s). In de erkende maatregelenlijst voor kantoren staan al een weersafhankelijke regeling en optimaliserende regeling. Performance monitoring of energiemonitoring met energieprofielen zou daaraan toegevoegd kunnen worden.

Lees hier de gehele notitie

Bron: ECN

Cursus Energiebeheer Gebouwen

De facilitair manager en de verantwoordelijke voor gebouwbeheer en gebouwgebonden installaties wil met overzicht en inzicht projecten op het gebied van energiebeheer en energiebesparing kunnen aansturen. De kennis die hiervoor benodigd is, wordt in de vorm van vier opéénvolgende cursussen aangeboden door EnergieOpleidingen.

De cursus Energiebeheer Gebouwen biedt een praktische introductie op energiebeheer en energiemanagement en het continu verbeteren van de energie-efficiëntie van gebouwen.