Energielabel weinig invloed bij aankoop huis

Energielabel weinig invloed bij aankoop huis

Het energielabel heeft weinig invloed bij de aankoop van een huis. Dat blijkt uit onderzoek van Lorraine Murphy, gepromoveerd aan faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Slechts 10% van de ondervraagden gaf aan dat het instrument wel van invloed is geweest.

Voor het onderzoek zijn onder meer een online-enquête uitgevoerd waaraan meer dan 5000 particuliere huiseigenaren deelnamen. Ongeveer 16.000 leden van de Vereniging Eigen Huis vormden een vergelijkingsgroep. Het onderzoek is uitgevoerd voordat het Energielabel landelijk verplicht werd. Van de ondervraagden gaf 22% aan dat het energielabel hen heeft gestimuleerd tot het nemen van maatregelen ter bevordering van de energieprestaties na de aankoop.

Nederland wil in 2020 een vermindering bereiken van uitstoot van broeikasgassen met 20% en een toename van de energieopwekking uit hernieuwbare bronnen met 14%. Het energiezuinig maken van particuliere woningen kan daaraan bijdragen. Uit het onderzoek van Murphy blijkt echter dat in Nederland een enorme kloof bestaat tussen de ambities van dit klimaatbeleid en de middelen die worden gebruikt om het beleid in de woningvoorraad mede te realiseren. Deze kloof is deels te wijten aan het vrijwillige karakter van de beleidsinstrumenten en de verantwoordelijkheid die bij de huiseigenaren wordt gelegd voor het niveau van energie-efficiëntie. Maatwerkadvies aan particuliere eigenaren wordt door beleidsmakers beschouwd als de hoeksteen van dit deel van het klimaatbeleid, maar meer dan 70% van dat advies wordt genegeerd: huiseigenaren vinden dat hun woningen al energie-efficiënt zijn, ook al vallen hun woningen in de categorie die volgens het nationale beleid in aanmerking komt voor verbetering van de energieprestaties. Zij zien wel de waarde van energie-efficiëntie in, maar niet voldoende om energiebesparende maatregelen te nemen. Ze zijn zich er vaak niet van bewust zijn dat ze belasting betalen over hun energieverbruik. Net zo min zijn ze zich er vaak niet van bewust dat hun energierekening lager uitvalt dankzij energiebesparende maatregelen, zelfs niet als geldbesparing een motief was voor het nemen van de betreffende maatregelen. De maatregelen die ze wel nemen zijn vaak niet aanbevolen.

Instrumenten zonder prikkels

Het meest opvallend is hoe het verplichte energielabel werd geïmplementeerd zonder dat er een handhavingsstelsel was. Dit leidde tot een slechte zichtbaarheid ervan, verwarring en een gebrek aan vertrouwen in de markt. De sectorovereenkomst Meer met Minder werd geassocieerd met onder meer een gebrek aan duidelijkheid over verantwoordelijkheden. Economische prikkels waren ‘bescheiden’ en ‘sterk gefragmenteerd’: ze werkten bijvoorbeeld niet in combinaties met andere prikkels, waren hoofdzakelijk bedoeld voor de korte termijn, waren bijna uitsluitend stimuleringsmaatregelen waarbij verplichtingen ontbraken en hielden geen rekening met de grote diversiteit van de huishoudens. De Meer met Minder-subsidie was op het moment van het onderzoek de enige op prestaties gebaseerde subsidie die van kracht was en tot positieve resultaten leidde. De Meer met Minder-subsidie was succesvol, want 57% van de respondenten geeft aan dat ze geen maatregelen zouden hebben genomen zonder die subsidie terwijl 50% van de respondenten meer maatregelen heeft genomen door de subsidie. Dit is echter geen overtuigend resultaat en zeker niet in het kader van de ambitieuze nationale doelen op het gebied van klimaatverandering.

Contact tussen huiseigenaren en nationale organisaties bleek een sterk instrument, want 60% van de respondenten achtte dit van invloed op hun investeringen, met uitzondering van contact met energiebedrijven.

Beleidsinstrumenten verbeteren

De subsidies en leningen voor de woningsector in het kader van het klimaatbeleid bieden doorgaans minimale financiële ondersteuning voor eenmalige energiebesparende maatregelen en verdwijnen meestal als het einde van de budgetten is bereikt. Er zijn dan ook meer permanente en innovatievere instrumenten nodig voor het op een hoger niveau brengen van de energie-efficiëntie van woningen. Dat huishoudens met een hoog energieverbruik minder snel geneigd zijn om maatregelen te nemen, levert een extra uitdaging op voor het ontwikkelen van nieuwe beleidsinstrumenten. Een herziening van het energiebelastingstelsel om meer recht te doen aan het principe ‘de vervuiler betaalt’ kan mogelijk het energieverbruik positief te beïnvloeden.

Lees hier het proefschrift van Lorraine Murphy

Bron: TU Delft

Beeld : Shutterstock