Een duurzaam gebouw: wie is aan zet?

Een duurzaam gebouw: wie is aan zet?

Alle gebouwen moeten in 2050 energieneutraal zijn. Wettelijke eisen voortvloeiend uit het Energieakkoord, toenemende maatschappelijke druk en toekomstbestendig financieel beleid vragen nu al om het vergroenen van bestaand vastgoed. Maar voor een duurzaam gebouw zijn inspanningen nodig van meerdere partijen. Alleen al het verschil in belangen van de eigenaar en de huurder maken het proces van verduurzamen ingewikkeld. De vraag is dan ook: wie is aan zet?

Gebouwen in Nederland zijn verantwoordelijk voor bijna 40% van het nationale (finale) energieverbruik. Het aandeel in de CO2-uitstoot bedraagt ruim 30%. In Europees en nationaal klimaatbeleid zijn daarom stevige doelen bepaald voor energiebesparing en CO2-reductie voor de gebouwde omgeving. Voor Nederland heeft zich dat vertaald in aangescherpte wetgeving. Het Bouwbesluit, het Besluit Energieprestatie Gebouwen (BEG) en de Wet Milieubeheer met het Activiteitenbesluit stellen eisen aan de energieprestatie. Verduurzamen van vastgoed is daarom niet vrijblijvend meer.

De waarde van duurzaamheid

De strenge eisen voor een duurzaam gebouw gelden voor nieuwbouw en ingrijpende renovatie. Nieuwbouw moet in 2020 ‘bijna’ energieneutraal zijn en voor gemeentelijk vastgoed geldt dat al in 2018. Voor een bestaand gebouw dat wordt gerenoveerd, bestaan ook strenge eisen, bijvoorbeeld voor de isolatiewaarde. Daarnaast geldt voor bestaande gebouwen dat bij overdracht of verhuur een energielabel beschikbaar moet zijn. Ook is bepaald dat de maatregelen genoemd op het energielabel uitgevoerd moeten worden binnen de geldigheidstermijn van het label.

Eind 2016 is voorgesteld dat in 2023 álle gebouwen minimaal over label C moeten beschikken. Maar voor de meeste gebruikers en eigenaren is het Activiteitenbesluit nu al het belangrijkste wettelijke kader. Dit besluit stelt dat energiebesparende maatregelen die zichzelf terugverdienen binnen vijf jaar ook daadwerkelijk uitgevoerd moeten worden. Deze wet bestaat al jaren en in de recent verschenen Energieagenda heeft de overheid zich voorgenomen de handhaving te zullen intensiveren.

Dit bericht is een samenvatting, lees het complete artikel hier. Met toelichting op het wettelijk kader, maatregelen voor energiebesparing en exploitatieneutraal verduurzamen.

Naast wet- en regelgeving speelt de waardering van vastgoed een belangrijke rol. Gebouwen met een gunstige energieprestatie behouden of vergroten hun waarde, terwijl energetisch slechte gebouwen in waarde verminderen. Dit geldt voor de balanswaarde, maar ook voor verhuurbaarheid en huuropbrengst. Investeerders in en financiers van vastgoed zien dit en passen hun strategie daarop aan. Banken, die willen voorkomen dat het onderpand van hun leningen in waarde zal dalen, bieden daarom gunstige voorwaarden voor het financieren van verbeteringen aan de gebouwen.

Verduurzamen: wie is aan zet?

Gebouwen van overheden, in zakelijke dienstverlening, handel, zorg, onderwijs en maatschappelijk vastgoed krijgen allemaal te maken met het al dan niet verplicht verduurzamen. Een duurzaam gebouw loont, voor zowel eigenaar als gebruiker.

Bij voornemens voor het verduurzamen van gebouwen zijn meerdere partijen betrokken en dat leidt tot complexe processen. Gebouweigendom, -beheer en gebruik ligt lang niet altijd in één hand, zeker niet als het om technisch beheer en onderhoud gaat.

Verduurzamen vraagt daarom voor het ontwikkelen van een gezamenlijk doel, met een meeropbrengst voor alle partijen. Uitgangspunt moet dan ook zijn om met al die partijen om tafel te gaan, om als vertrekpunt wensen en belangen helder te krijgen.

Lees het complete artikel op EnergieVastgoed: ‘Wie is aan zet?

Beeld : Mark Ahsmann