Naar een energieprestatiecoëfficiënt van 0,6
Vanaf 1 januari 2011 moet alle nieuwbouw in Nederland voldoen aan een energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van maximaal 0,6. De verwachting is dat de norm in 2015 nog strenger wordt en naar 0,4 wordt bijgesteld. Om aan deze eisen te voldoen is een goede combinatie van zongerelateerde, bouwkundige en installatietechnische maatregelen nodig.
EPC berekenen
De energieprestatiecoëfficiënt van een woning drukt met een getal de energetische prestatie van een woning uit. Hier is in 1995 voor gekozen, zodat de bouwwereld zelf kan kiezen met welke maatregelen de energiezuinigheid wordt gerealiseerd. De rekenmethodes om tot de juiste EPC te komen zijn vastgelegd in NEN-norm 5128 (voor woongebouwen) en NEN 2916 (utiliteitsbouw).
Op 1 juli 2011 worden deze berekeningsmethodieken vervangen door een nieuwe Energieprestatienorm Gebouwen (EPG). Deze methodiek moet de werkelijke energieprestatie van gebouwen uitdrukken (dus niet met een standaard voor gebruikersgedrag) en moet de EPC van alle gebouwen meten. Zowel die van nieuwbouw als bestaande bouw en zowel woningbouw als utiliteitsbouw. Dit wordt de NEN 7120 normering.
Gevolgen strengere EPC-eis
De gevolgen die de aangescherpte EPC-eis met zich meebrengt voor het ontwerpen van woningen, appartementen en kantoren zijn groot. Er moet worden nagedacht over warmtepompen, isolatie en ventilatie. Want welke installatie- en bouwkundige technieken zijn nodig om de EPC eis van 0,6 te behalen?
In dit dossier zullen we de laatste ontwikkelingen en praktijkcases rondom de aangescherpte EPC-eis op de voet volgen.
![]()
Downloads (pdf) |
||
| Bekijk meer nieuws over EPC 0,6. | Bekijk meer video’s | Adverteren bij dit onderwerp? |

[...] Dossier: EPC [...]
[...] Dossier: EPC [...]