Dossier: salderen zonnepanelen

Najaar 2014 – Salderen is het verrekenen van afgenomen stroom met de over diezelfde aansluiting zelf opgewekte en teruggeleverde stroom. Hierdoor ontvangt men dezelfde prijs (inclusief belastingen en transportkosten) voor de teruggeleverde energie als die men betaalt voor de energie die op een ander tijdstip afgenomen wordt.

Dit is een ingewikkelde manier om te zeggen dat de stroom die men zelf opwekt en direct verbruikt én de stroom die men teruglevert aan het net als het eigen verbruik lager is, niet tot kosten leidt.

Voor particulieren met een eigen stroomaansluiting is de kosten- en batenanalyse relatief eenvoudig te maken, dankzij de salderingsregeling. Deze regeling komt er op neer dat zelf opgewekte stroom “gratis” gebruikt mag worden.

Wat zelf opgewekt wordt, hoeft niet ingekocht te worden

Als een PV-installatie dagelijks ongeveer hetzelfde opwekt als op die dag verbruikt wordt, hoeft geen stroom ingekocht te worden. Dan is de rekening van de energieleverancier ‘nul’.

Maar in praktijk is dat natuurlijk niet zo. Op het ene moment kan het eigen stroomverbruik hoger liggen dan de zonnepanelen kunnen opwekken. En op een ander moment het tegenovergestelde.

Een particulier laat zonnepanelen ‘achter de meter’ aansluiten. Dat betekent dat de elektriciteitsmeter bijhoudt hoe het stroomverbruik precies verloopt. Dit is een meter met vier telwerken. Twee voor het meten van afgenomen stroom (piek en dal) en twee voor het meten van de stroom die aan het net (terug-)geleverd wordt. Op zonnige zomerdagen tijdens de vakantie zal het telwerk voor levering aan het net volop draaien. Tijdens de donkere dagen voor Kerst is het andersom. De meter houdt dit bij en zo kan op jaarbasis bekeken worden hoeveel elektriciteit totaal is verbruikt en hoeveel daarvan is ingekocht en zelf is opgewekt.

Salderen is een vorm van subsidie

Door het zonder kosten direct aanwenden van opgewekte stroom voor eigen verbruik en deze op het moment van levering aan het net kunnen verrekenen met de ingekochte stroom (op andere momenten), loopt de overheid de opbrengst van de energiebelasting mis. Vandaar dat de salderingsregels – feitelijk een subsidie – onder druk staan. De huidige regeling voor saldering blijft gelden tot 2020. Minister Kamp heeft laten weten medio 2017 de salderingsregeling te zullen herzien.

Wanneer salderen

Een particulier met een kleinverbruik aansluiting (tot max. 3x80A) en een installatie voor lokale opwekking van duurzame energie (zon of wind) die aangesloten is ‘achter de meter’, mag salderen. De zelf opgewekte stroom wordt verrekend met de ingekochte stroom, door de leverancier. De particulier betaalt voor de elektriciteit die men jaarlijks verbruikt, minus de zelf opgewekte elektriciteit.

Nettoverbruiker en netto producent

De pariculier die jaarlijks meer verbruikt dan zelf opwekt, heet een nettoverbruiker. Op jaarbasis gezien wordt geen stroom aan het net geleverd (maar wel op bepaalde momenten). Het totale eigen verbruik is tevens de salderingsgrens. Wordt jaarlijks méér energie opgewekt dan het eigen verbruik en dus teruggeleverd, dan is de particulier nettoproducent. Dit ‘overschot’, de elektriciteit die aan het net wordt geleverd, kan niet gesaldeerd worden. Wel kan de elektriciteitsleverancier hiervoor een vergoeding aanbieden, maar dat zal een deel van het kale leveringstarief zijn, dus zonder de belastingen.

Nettoproducent en BTW

Een particulier die tevens nettoproducent is, wordt aangemerkt als ondernemer. Het opwekken van energie is een economische activiteit die belast wordt met de BTW. Particulieren zouden dus 21% BTW moeten afdragen over de hoeveelheid geleverde elektriciteit. Dit geldt in praktijk alleen voor grotere zonnestroominstallaties. Dat komt door de vrijstelling voor afdracht omzetbelasting, de ‘kleine ondernemersregeling’. Tot ruim 1800,- omzetbelasting vervalt de verplichting voor afdracht (zie ook Wetgeving)

Rekensom

De particulier kan vanwege de salderingsregeling in financieel opzicht het beste kiezen voor een installatie van een omvang waarmee maximaal het eigen verbruik (op jaarbasis) opgewekt kan worden. Want terugleveren (als nettoproducent) levert weinig op. In de ideale situatie gaat de energierekening dan naar ‘bijna nul’. Het tarief dat dan gehanteerd wordt om de zelf opgewekte elektriciteit te waarderen, mag hetzelfde tarief zijn waarvoor men elektriciteit inkoopt.

Subsidies

Voor de aanschaf van een PV-installatie door een particulier bestaan verschillende subsidies, vooral geregeld op gemeentelijk of provinciaal niveau. Meerdere provincies beschikken over fondsen voor het verduurzamen van bestaande woningen.


Voor ondernemers met een eigen kleinzakelijke elektriciteitsaansluiting (tot 3x80A) gelden dezelfde regels als voor de particulier. De ondernemer mag de zelf opgewekte stroom salderen ofwel verrekenen met ingekochte stroom, net zoals de particulier dat kan doen. Voor het maken van een kosten-batenanalyse geldt in de basis dezelfde rekensom als voor particullieren.

Omvang van de installatie

Ondernemers die zelf energie opwekken met zon of wind en de installatie hiervoor aansluiten ‘achter de meter’, kunnen de opgewekte elektriciteit verrekenen met de hoeveelheid die ingekocht wordt, tegen hetzelfde tarief. Op het moment dat meer geleverd wordt dan het eigen verbruik (de salderingsgrens), wordt de ondernemer ‘nettoproducent’. Voor de netto geleverde stroom geeft de elektriciteitsleverancier een vergoeding die meestal 75% bedraagt van het netto leveringstarief. Koopt men stroom in tegen bijvoorbeeld 6 eurocent per kWh, dan bedraagt de terugleververgoeding nog maar 4,5 eurocent per kWh. De omvang van de installatie en dus de hoeveelheid stroom die daarmee op jaarbasis opgewekt kan worden speelt een belangrijke rol en beïnvloedt het rekenmodel voor de investering in de installatie.

Nettoproducent en BTW

Een ondernemer is vrijwel altijd BTW-plichtig. Als nettoproducent – de situatie waarbij de PV-installatie elektriciteit levert aan het net, ook na aftrek van het eigen gebruik – zal de ondernemer over de geleverde stroom de omzetbelasting moeten afdragen. Dit geldt niet voor ondernemers die in aanmerking komen voor de ‘kleine ondernemersregeling’.

Fiscale voordelen

Een investering in duurzame energie opwekking wordt gezien als investering in bedrijfsmiddelen en de afschrijving is aftrekbaar van de winst. Voor de afschrijvingstermijn wordt de normale termijn van vijf boekjaren gehanteerd. Maar behalve deze normale benadering, gelden extra fiscale voordelen.

EIA

De energie investeringsaftrek voorziet in een vermindering van af te dragen belasting op de bedrijfswinst. Voor een BV de vennootschapsbelasting, voor de eenmanszaak de inkomstenbelasting. Maar liefst 41,5% van de investering mag in mindering gebracht worden. Voor de EIA is een maatregelenlijst opgesteld, voor bedrijfsmiddelen waarop de investeringsaftrek van toepassing is. In praktijk is het effect van de regeling zo’n 10% van het geïnvesteerde vermogen.

 KIA

De kleinschaligheids investeringsaftrek voorziet in het verminderen van de afdracht van vennootschaps- of inkomstenbelasting volgens een percentage gekoppeld aan de investeringsomvang. De maximale aftrek is 28%. De KIA kan in combinatie met de EIA van toepassing zijn.

SDE+

De Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (plus) omvat een exploitatievergoeding voor grote zonnestroominstallaties. De kosten per kWh worden via deze regeling gecompenseerd, zodat een eindtarief ontstaat waarmee rendabele productie van elektriciteit mogelijk wordt.

De omzetbelasting

De betaalde BTW op de investering kan in de onderneming uiteraard verrekend worden.


Afnemers van elektriciteit met een aansluiting die groter is dan 3x80A worden gezien als grootzakelijke verbruikers. In praktijk ligt de grens van het jaarverbruik aan elektra rond de 50.000 kWh. Daaronder is men meestal kleinverbruik, daarboven grootzakelijk verbruiker. De grootverbruiker kan niet salderen.

Wettelijk niet eenduidig geregeld

Volgens de Elektriciteitswet zijn de energieleveranciers verplicht de door een afnemer teruggeleverde elektriciteit ‘te aanvaarden’ tegen een ‘redelijke vergoeding’. Dit is expliciet van toepassing op de kleinzakelijke verbruiker (en particulier). Voor de grootzakelijke verbruiker is dit niet wettelijk geregeld en zal deze zelf met de leverancier de teruglevering moeten regelen. In praktijk hoeft dat geen probleem te zijn. Echter, het tarief voor de stroom die een afnemer door eigen opwekking aan het net levert, is lager dan de kostprijs voor de stroom zoals de leverancier die berekent. Meestal zo’n 75% van het levertarief.

Salderen van energiebelasting

Ook is voor de grootzakelijk verbruiker het salderen van de energiebelasting niet geregeld. De Wet Belastingen op Milieugrondslag regelt wel de saldering voor de kleinverbruiker, maar zegt niets over grootverbruik. Ergo, salderen kan niet.

Opwekken spaart inkoop uit

Door zelf elektriciteit op te wekken voor eigen verbruik, wordt voor dat moment en die hoeveelheid, de inkoop van stroom vermeden. Dit is een besparing op de energierekening. Wordt meer opgewekt dan verbruikt, dan wordt dit overschot aan het net geleverd. De elektriciteitsmeter en de bruto productiemeter houden bij hoeveel stroom precies teruggeleverd wordt. Daarover kan een terugleververgoeding overeengekomen worden.

Rekensom

Een installatie voor opwekking van duurzame energie (zon, wind) kan ook voor een grootzakelijk verbruiker interessant zijn. Het zal afhangen van de kosten voor iedere kWh die zelf opgewekt wordt en hoe deze zich verhoudt tot het inkooptarief. Omdat de aanschafkosten van zonnepanelen de afgelopen tien jaren fors gedaald zijn, de energiebelastingen jaarlijks stijgen en omdat financiële voordelen bestaan in de vorm van investeringsaftrek en exploitatievergoeding, kan een haalbare businesscase ontstaan.

Investeringsaftrek

Een PV-installatie komt in aanmerking voor de EIA, de Energie Investeringsaftrek. Onder de streep levert dit ongeveer 10% op van de totale investering. Ook de MIA/Vamil of de Groenregeling kunnen van toepassing zijn.

Exploitatievergoeding

De Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE+) omvat een exploitatievergoeding voor grote zonnestroominstallaties. De kosten per kWh worden via deze regeling gecompenseerd, zodat een eindtarief ontstaat waarmee rendabele productie van elektriciteit mogelijk wordt. Voor de SDE+ van 2014 is een budget van 3,5 miljard euro beschikbaar. De vergoeding wordt uitgekeerd per kWh voor de periode van 15 of 20 jaren, afhankelijk van de wijze van energie opwekking. De SDE+ verloopt via inschrijftermijnen. Hoe later men inschrijft, hoe hoger de exploitatievergoeding uitvalt.


Salderen heeft te maken met het terugleveren van elektriciteit door afnemers van stroom die over een installatie voor opwekking van duurzame energie beschikken. Hierdoor is de Elektriciteitswet van toepassing.
Elektriciteitswet 1998

Voor de productie en levering van elektriciteit geldt een belastingregime, geregeld in de Wet Belastingen op Milieugrondslag. Hierin is o.a. geregeld dat bij teruglevering, sprake moet zijn van een redelijke vergoeding.
Wet Belastingen op Milieugrondslag

Onderdeel van de Wet Milieubeheer is het Activiteitenbesluit. Hierin is geregeld dat bedrijven en organisaties die o.a. jaarlijks meer dan 50.000 kWh elektriciteit verbruiken, verplicht zijn energiebespargende maatregelen te treffen, zodra deze zichzelf binnen 5 jaren terugverdienen.
Activiteitenbesluit
Maatregelenlijst

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland geeft veel informatie over alle regelingen en het salderen:

– Over Salderen, zelflevering en tariefkorting
– Over Salderen voor kleinverbruikers
– Over Maatregelen voor Collectieven

Nettoproducenten zijn omzetbelastingplichting. Lees meer over vrijstelling van afdracht omzetbelasting kleine ondernemers.
Kleineondernemersregeling

Particulieren kunnen ondernemer worden om zo de btw op de aanschaf van de installatie terug te vragen. Hoe dit kan staat op de website van Milieucentraal te lezen:
BTW zonnepanelen terugvragen