Dossier: Toetsinstrumenten duurzaam vastgoed

Laatste update: voorjaar 2014

Koude-warmte opslag, warmtekrachtkoppeling en geothermie. Dagelijks komen er hier op EnergieVastgoed.nl concrete voorbeelden voorbij van hoe de vastgoedsector om kan gaan met duurzaamheid.

Maar wie of wat bepaalt wanneer we spreken van duurzaam vastgoed? Hierbij een overzicht van keurmerken, rekenmodellen, video’s en links met betrekking tot duurzaam vastgoed.

Naast normen die de overheid heeft vastgesteld – zoals de EPC-norm – zijn er verschillende keurmerken en rekenmodellen op de markt. Met een keurmerk kan een organisatie aan de buitenwereld laten zien dat haar gebouwen aan een bepaalde mate van duurzaamheid voldoen. Niet geheel onbelangrijk nu duurzaam vastgoed ‘hip’ is.

BREEAM-NL is de Nederlandse versie van Building Research Establishment Environmental Assessment Method. Een internationaal label die aangeeft in welke mate gebouwen de nationale regelgeving op het gebied van duurzaam vastgoed overstijgen. Met het keurmerk kun je je dus onderscheiden van andere partijen die slechts de algemene regelgeving als basis gebruiken.

De Nederlandse versie is specifiek bedoeld voor certificatie van nieuwbouw en grote renovatieprojecten. Vooralsnog is BREEAM-NL bruikbaar voor kantoren, scholen, winkels en industriële gebouwen met 1 gestandaardiseerde beoordelingsrichtlijn. Woningen en andere specifieke gebouwen zoals ziekenhuizen, gevangenissen en dergelijke volgen later.

BREEAM wordt beheerd door de Dutch Green Building Council.


Eigenlijk is het Energie Prestatie Advies (EPA) – ook wel het energielabel genoemd – geen keurmerk, maar een verplicht informatielogo waarbij in een oogopslag de energieprestatie van het gebouw te zien is. Met klassen (A tot en met G) en kleuren (groen tot en met rood) wordt aangegeven hoe energiezuinig een huis is ten opzichte van andere soortgelijke woningen. Energielabel A (donkergroen) is zuinig, energielabel G (rood) is onzuinig. Verkopers en verhuurders van woningen zijn sinds 1 januari 2008 verplicht om een energielabel te laten zien. Daardoor fungeert het energielabel wel steeds meer als keurmerk. Zo koopt of huurt de Rijksoverheid enkel nog kantoorgebouwen met minimaal energielabel C.

Energielabels worden verstrekt door gecertificeerde bedrijven. Naast het verstrekken van het energielabel geeft de EPA-adviseur ook advies met betrekking tot mogelijke energiebesparende maatregelen.


Naast bovenstaande keurmerken die worden afgegeven aan gebouwen, zijn er ook keurmerken voor duurzame materialen, zoals DUBOkeur voor bouwproducten voor duurzaam vastgoed en het FSC-keurmerk voor duurzaam hout.

Of een gebouw een keurmerk krijgt of niet wordt bepaald door een externe organisatie. Daarnaast zijn er ook enkele rekenmodellen niet niet certificeerbaar zijn. Organisaties kunnen die zelf gebruiken om gedurende verschillende fases van het ontwikkelings- en bouwproces inzicht te krijgen in de mate van duurzaamheid en aan de hand daarvan afspraken te maken met partners. In dit dossier zetten we alle verschillende toetsinstrumenten op een rijtje.

Doel van GPR gebouw is om duurzaam vastgoed goed meetbaar en eenvoudig bespreekbaar te maken, door het stellen van kwantitatieve milieuambities. Deze ambities worden op vijf thema’s doorberekend, waardoor gebouwen een score van 1 tot 10 kunnen verkrijgen. Een gebouw is duurzaam wanneer op alle genoemde thema’s een score van tenminste 7 punten wordt behaald.


GreenCalc+ is een computerprogramma dat op basis van het energiegebruik, het watergebruik, het materiaalgebruik en de mobiliteit de duurzaamheid bij utiliteits- en woningbouw aangeeft in één getal: de milieu-index. Bij een score van 185 of hoger mag je van duurzaam vastgoed spreken.


Eco-quantum is een rekenmethode die gebruikt kan worden in het ontwerpstadium bij woningbouw. Het programma kwantificeert de informatie over de milieuprestatie van een gebouw. Hierdoor kunnen opdrachtgevers het als beleidsinstrument gebruiken om de milieuambitie vast te leggen. Architecten krijgen in de ontwerpfase al duidelijkheid over de duurzaamheid van een gebouw en kunnen daarmee hun ontwerpen optimaliseren met duurzaam vastgoed als doel.


DuboCalc is ontwikkeld door Rijkswaterstaat om te kunnen vaststellen of een project voldoet aan de richtlijnen voor duurzaam inkopen. De analysemethode kijkt naar alle milieueffecten van het materiaal- en energieverbruik van grond-, weg-, en waterbouwkundige werken gedurende de levencyclus. Dit wordt omgerekend tot de zogenoemde MKI (Milieu Kosten Indicator), die aangeeft hoe groot de impact van een project op het milieu is.

Financiële Quickscan Duurzaamheid

KvINL – Informatieloket voor certificering

Energie Prestatie Normering (Bouwbesluit)

Groenverklaring (nodig voor Groenfinanciering)

Care & Bio, Chantier Carbone (Frankrijk)

HQE (Frankrijk)

DGNB (Duitsland)

Protocollo Itaca (Italie)

LiderA (Portugal)

VERDE (Spanje)

Minergie (Zwitserland)

PromisE (Finland)

CASBEE (Japan)

Nabers (Australie)

Green Star (Australie)

AQUA (Brazilie)

LEED Brasil (Brazilie)

LEED Canada(Canada)

Green Globes (Canada)

LEED India (India)

Green Star NZ (Nieuw-Zeeland)

Green Mark (Singapore)

Construction Quality Assessment System (CONQUAS â) (Singapore)

Green Star SA (Zuid-Afrika)

LEED (Verenigde Staten)

Green Globes (Verenigde Staten)