Deel 3 Interview Paul de Ruiter: “Fietsvriendelijkheid graadmeter voor moderne, duurzame stad”

Deel 3 Interview Paul de Ruiter: “Fietsvriendelijkheid graadmeter voor moderne, duurzame stad”

Architect Paul de Ruiter (1962) staat bekend als een duurzame bouwer. Hij is onder meer bekend van het hoofdkantoor van transavia.com en Martinair op Schiphol (Transport-gebouw), het duurzaamste kantoor van Nederland en het nieuwe TNT-hoofdkantoor in Hoofddorp. Binnenkort realiseert hij het Hotel Amstelkwartier in Amsterdam (300 kamers), wat hij samen met Mulderblauw Architecten ontwerpt. Hij staat nummer 73 in de Duurzame top 100, de lijst die Trouw samenstelt van meest invloedrijke Nederlanders op het gebied van duurzaamheid.

In deel 3 gaat De Ruiter in op de concepten waarin hij gelooft: functiemenging, compacte stad en het gebruik van de fiets.

U heeft eerder aangegeven erg te geloven in functiemenging binnen een stad?
De Ruiter: “Ja, door functiemenging ontstaat er meer dynamiek in de wijken en is zal er minder leegstand zijn. Dat heeft ook op energetisch gebied voordelen. Gebouwen kunnen elkaar ‘aanvullen’: warmte die ontstaat door de koelingen van een supermarkt kan als warmte geleverd worden aan bovenliggende woningen. Dit soort toepassingen die ik op blokniveau zeker ontstaan”.

U bent een voorstander van de compacte stad?
De Ruiter: “De compacte stad is altijd efficiënter dan de niet-compacte stad. Neem de Zuidas als voorbeeld. Overdag werkt dat gebied goed. Maar ’s avonds staan de kantoren en de parkeerplekken leeg en gebeurt er niets. Als ‘inherente’ kritiek op de Zuidas hebben we de Zuidkas ontwikkeld in opdracht van de Rijksgebouwendienst. Het is een duurzaamheidsstudie geworden voor een fictief kantoor van duizend rijksambtenaren. Binnen het complex worden de functies (wonen, werken, onderwijs, parkeren, winkelen etc.) op blokniveau met elkaar gemengd. Met als doel om een zo hoog mogelijke score te halen op milieudoelstellingen. Het gevolg moet een autarkisch gebouw zijn waarin de kringlopen van afval, CO2, water en energie sluitend zijn.”

Compactheid gaat toch ook ten koste van de leefbaarheid?
De Ruiter: “Klopt, het staat op gespannen voet met leefbaarheid. Ik denk dat leefbaarheid één van de moeilijkste opgaven is van een compacte stad. Aan de andere kant moeten we reëel zijn in Nederland. Niet iedereen kan in een vrijstaand huis wonen met een tuin op het zuiden, daar hebben we hier de ruimte niet voor.”

Hoe gaan we dan om met onze mobiliteit?
De Ruiter: “Mobiliteit hangt samen met concepten als de compacte stad en leefbaarheid. Ik merkte het in mijn eigen straat wat voor invloed auto’s hebben op de leefbaarheid in een stad. In mijn straat werd het riool vervangen en gingen de auto’s tijdelijk weg. Met als gevolg dat de buurtkinderen hun huis uitkwamen en in het zand gingen spelen. Ouders kwamen ook naar buiten en raakten met andere ouders aan de praat. Je beseft je ineens: ‘Goh, wat zijn er toch veel kinderen in de buurt’. Er ontstond even een gevoel van buurt. Maar toen de weg weer dicht was, trokken mensen zich terug in hun huis. Je beseft dan wel dat de impact van de auto op de leefbaarheid van de stad enorm groot is.”

Ziet u toekomst in autovrije wijken?
De Ruiter: “Het is zeker aantrekkelijk. Ken je die wijk rondom het GWL-terrein bij het Westerpark? Het is geheel autovrij en enorm populair. Hier in Amsterdam zijn er genoeg mensen zonder auto, vanwege de parkeertarieven en de onmogelijkheid om ergens je auto kwijt te kunnen. (…) Mensen hebben zoiets van: ‘Ik kan toch in het centrum van de blijven wonen, mijn kinderen kunnen in deze wijk veilig buiten spelen. Ik maak wel gebruik van een huur – of leenauto, want een vaste auto is niet nodig omdat ik wel met de fiets naar het werk kan. Ik heb dus het idee dat mensen niet ongelukkiger worden om geen auto te hebben. De fietsvriendelijkheid van een stad zie ik dan ook als een mooie graadmeter voor een moderne stad”.

U heeft wel eens aangegeven als bureau niet verder te willen groeien. Hoe zien uw toekomstplannen eruit?
De Ruiter: “We krijgen veel publiciteit met ons werk voor het viersterren hotel Amstelkwartier en dat heeft tot buitenlandse interesse geleid. Het is zeker interessant om het in het buitenland te proberen, maar eerlijk gezegd vind ik het ook prettig om dicht bij mijn opdrachtgevers te zitten en zoveel mogelijk op de fiets te doen. Ik zie het bureau ook niet verder groeien, het is goed zo. Ik wil ook nog architect kunnen zijn in plaats van manager. Ik geloof dat dingen niet alsmaar lineair blijven groeien, maar dat in alles een optimum zit.”

Lees hier deel 1 & deel 2 van het interview met Paul de Ruiter.