Kadaster en Ecofys: “Energie Campagne Scan brengt energiebesparing in beeld”

Kadaster en Ecofys: “Energie Campagne Scan brengt energiebesparing in beeld”

Het Kadaster en Ecofys hebben samen de tool de ‘Energie Campagne Scan’ ontwikkeld. Hiermee kunnen gemeenten en provincies inzicht krijgen in het energiebesparingspotentieel van particuliere woningen op wijk – en buurtniveau. Een interview met Martinus Vranken, projectmanager Kadaster op het gebied van duurzaamheid en Giel Linthorst, unit manager bij Ecofys.

Hoe zit de Energie Campagne Scan in elkaar?
Linthorst: “We maken in eerste instantie gebruik van de reeds bepaalde energie-indexen. Indien die voor een woning niet beschikbaar is, gebruiken we de combinatie van de indicatoren bouwjaar en woningtype.Deze combinatie wordt gekoppeld aan een voorbeeldwoning uit het rapport ‘Voorbeeldwoningen particuliere woningen’ van AgentschapNL. De kerncijfers van een woning gebruiken we voor de analyses. We gebruiken daarvoor de Energie-index, die is beter gedefinieerd dan het energielabel. De indicator gelijksoortigheid gebruiken we omdat wijken met veel gelijksoortige woningen, interessanter zijn. Je kunt er grootschaliger te werk gaan. Dit is prettiger voor de aanbieders van energiebesparende maatregelen, die scherpe prijzen kunnen gaan hanteren. Ook kun je binnen een wijk een ambassadeur naar boven halen waardoor een wijk zich beter organiseert.”
Vranken: “Met het instrument kun je vervolgens bepalen welke buurt of wijk het meeste potentieel heeft voor energiebesparing of reductie van CO2.”.

Hoe betrouwbaar is jullie analysemodel, er is discussie over de betrouwbaarheid van het energielabel?
Linthorst: “Klopt, die discussie is er. De harde kwaliteit van gegevens is zeker belangrijk, maar minder cruciaal. We geven inzicht in de mate van energetische kwaliteit en daar hebben we met de beschikbare data een goede indicatie voor. Vervolgens kijken we op buurtniveau hoe die buurt zich op energetisch gebied verhoudt tot andere buurten. Daar zit al een ruimere bandbreedte in, omdat je werkt met gemiddelden. Voor ons is het een goede methodiek om buurten met elkaar te vergelijken”.

Zijn er nog andere indicatoren die jullie gebruiken?
Vranken: “Monumenten hebben we ook als indicator toegevoegd. Uit de pilot in Apeldoorn bleek dat de wijk Parken erg goed scoorde op onze tool. Het waren oudere woningen en huishoudens met een meer dan gemiddeld inkomen. Onder de woningen bleken echter veel monumenten te zitten. Vanwege de beschermde status kun je veel minder energetische maatregelen toepassen waardoor de kans op energiebesparing veel kleiner is. Vandaar dat we voor een aparte indicator ‘monumenten’ hebben toegevoegd.”
Linthorst: “Ook gebruiken we het huishoudinkomen als sociale indicator. Dit relateren we aan de de hypotheeksom van de woning. Dit kun je zien als een maat voor het minimale inkomen van de woningeigenaren. Onderzoek uit Scandinavië, door Nair Gustavsson en Mahapatra in 2010, wijst uit dat de hogere inkomens meer geneigd zijn te investeren in energetische maatregelen”.

Hoe ziet het er visueel uit?
Linthorst: “Uit de analyses komt een score per buurt. Elke indicator in de buurt krijgt een score van 0 tot 7, een nummering die terugslaat op de A t/m G-labeling. Die kleuren hanteren we dan ook. De scores worden met elkaar gewogen en met elkaar opgeteld en vervolgens heb je een eindscore. De resultaten worden op een GIS-kaartje weergegeven”.
Vranken: “De resultaten kunnen we vertalen in een postcodelijst, die de gemeente kan gebruiken om bijvoorbeeld energetische maatregelen te communiceren naar de bewoners. Kijk, het is openbare informatie die we gebruiken en iedereen kan het uitrekenen, maar je moet er wel de nodige inspanning voor doen wil je tot dit resultaat komen. Vooral de GIS-kaartjes zijn redelijk uniek en makkelijk te gebruiken voor beleidsmakers.“

Kun je bepaalde indicatoren zwaarder laten wegen?
Vranken: “Ja, de wegingen van de indicatoren zijn instelbaar, afhankelijk van de lokale situatie van de gemeente. Het model is dynamisch,  er zijn indicatoren te verzinnen die in een lokale situatie zwaarder kunnen tellen. Bijvoorbeeld: je kunt aan een gemeente de vraag stellen: jullie kiezen voor een blok voor blok aanpak. Dan kun je de indicator ‘gelijksoortigheid’ omhoog schroeven omdat die in deze situatie belangrijker is.“

Wie moet het product gaan afnemen?
Linthorst: “Het instrument is bedoeld voor de middelgrote gemeente. Onze ervaring is dat middelgrote gemeentes vaak geen volledig inzicht hebben in de energieprestaties van hun woningen op buurtniveau. Vandaar de ontwikkeling van deze tool. Naast Apeldoorn zijn er een aantal andere partijen die interesse hebben getoond, zoals de gemeente Wageningen. We hebben redelijk lang gesleuteld aan de formules, algoritmen van het model. Daar zit de kennis in. Het instrument is nu gereed en we kunnen er mee naar andere partijen gaan”.

Stel, een gemeente heeft interesse. Wat vragen jullie voor de Energie Campagne Scan?
Linthorst: “Afhankelijk van de grootte van de gemeente ligt de prijsstelling tussen de 5 en 10 duizend euro. Daarvoor krijg je een adviesrapport, met een analyse van de wijken en een advies met welke wijken/buurten als eerste te beginnen. Ook alle onderliggende gegevens worden beschikbaar gesteld in het rapport”.

De samenwerking krijgt nog een vervolg?
Vranken: “Zeker. De onderliggende gegevens zijn de energetische kenmerken van de gebouwde omgeving. Daar kun je allerlei interessante scans op loslaten. De Energie Campagne Scan kun je bijvoorbeeld koppelen aan de energieverbruiksgegevens. Ook kun je nadenken wat voor zonne-energiepotentieel er op de daken is.”
Linthorst: “Ook kun je ons instrument bijvoorbeeld koppelen aan warmte – en koudekaarten. Hoeveel warmtevraag is er binnen een buurt of wijk en hoe kun je de warmtevraag gaan invullen?”
Vranken: “Dit soort projecten zou je ook op landelijk niveau kunnen uitvoeren, zo zijn we in gesprek met centrale overheden om onze tool eventueel landelijk te gaan toepassen, afhankelijk van hun beleidsvraag uiteraard”.