Hoogleraar Hordijk: “Bij een goede locatie verduurzamen, ongeacht doorlooptijd huur”

Hoogleraar Hordijk: “Bij een goede locatie verduurzamen, ongeacht doorlooptijd huur”

Hoogleraar Aart Hordijk is verbonden aan de lobbyorganisatie Vereniging Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) uit Den Haag. Daarnaast heeft hij vorig jaar de leerstoel ROZ Real Estate Valuation aanvaard aan de Universiteit van Tilburg en is ook verbonden aan de TiasNimbas Business School. Hordijk verbaast zich erover dat er in Nederland nog zo weinig rekening wordt gehouden met de Europese regelgeving. “De gebouwde omgeving moet van ‘Brussel’ naar schatting een CO2-reductie realiseren van 40% in 2020. Dat is een immense opgave”. Om dit te bereiken pleit Hordijk ervoor dat de vastgoedsector zich richt op verduurzaming van bestaande bouw op goede locaties.

Wat is uw indruk van de afgelopen Provada?
Hordijk: “Ik heb mogen meedenken met het programma van Provada. We hebben gekozen voor het thema: ‘Hoe trekken we de vastgoedmarkt weer vlot?’ Je ziet initiatieven ontstaan om deze problemen aan te pakken. Wel mis ik te weinig initiatieven om de bestaande voorraad te verduurzamen, terwijl daar de kansen liggen. Ook wordt er veel gezegd, maar je komt nog te weinig concrete daden tegen”.

In een debat gaf u aan dat Europese wetgeving door ‘Brussel’ veel invloed heeft op de verduurzaming van vastgoed?
Hordijk: “Wat er in ‘Brussel’ bedacht wordt, komt op ons af. Europa heeft besloten om in 2020, 20 procent minder CO2-reductie te realiseren en dat moet bereikt worden. In Nederland zal gemonitord moeten worden of we dit halen. Als we het niet halen, zal er vanuit Brussel scherpe regelgeving komen om het alsnog te halen. In dat proces zitten we nu, omdat wij nu al achter lopen op het schema”.

Luisteren we hier wel naar Brussel?
Hordijk: “Mensen beseffen zich onvoldoende dat je in Nederland weinig invloed hebt op Europese eisen. Ook binnen de vastgoedwereld. Dat is niet erg, maar ik heb liever dat we gaan anticiperen. Dat mensen de mogelijkheden zien en het uitdragen om anderen te beïnvloeden. Je ziet dat sommigen daar open voor staan, maar brancheorganisaties vaak nog niet. Die zijn gewend aan de lijntjes naar de regering en denken dat ze het in onderhandeling kunnen bereiken. Maar 80% van de regelgeving wordt inmiddels bepaald door ‘Brussel’. In die 80% zitten misschien net die onderdelen waar je als brancheorganisatie nou juist op wilde scoren, maar dus feitelijk niet bereikt met een lobby in Nederland alleen”.

Wordt er te weinig gelobbyd in Brussel?
Hordijk: “Vanuit de ROZ hebben we het lidmaatschap van de European Property Federation nieuw leven ingeblazen. Het besef dat ‘Brussel’ steeds meer bepaalt dringt wel door, maar we moeten naar een situatie dat iedereen op de hoogte is over wat er in Brussel speelt. En dat iedereen weet hoe we moeten denken.  Daar zijn Nederlanders best toe geneigd, maar dan moeten ze wel goede en betrouwbare informatie krijgen“.

Wat is de rol van ROZ daarbij?
Hordijk: “De 12 leden van de ROZ (brancheorganisaties) kunnen informeel kennis uitwisselen en een aantal thema’s vaststellen die ROZ bij Brussel kan agenderen. Tegelijkertijd volgt de ROZ alle actuele ontwikkelingen in Brussel die van invloed zijn op de Nederlandse situatie van het onroerend goed. Voor de ROZ en de rol die ik in Brussel heb zie ik een duidelijke functie om dat in Nederland transparant te maken en te communiceren.”

Heeft de overheid (Rijksgebouwendienst in casu) een voorbeeldfunctie bij de verduurzaming van vastgoed?
Hordijk: “Dat denk ik wel. ‘Brussel’ geeft aan dat 3 procent van de voorraad per jaar gerenoveerd moet worden naar het hoogst mogelijk energieniveau. De Rijksgebouwendienst heeft 7 miljoen m2. Dat betekent voor Nederland dat er 210.000 m2 per jaar gerenoveerd moet worden naar het beste energieniveau in een bepaald land. Dat is overigens relatief bekeken, afhankelijk van de grootte van de voorraad. De eis kan dus voor ieder land verschillend liggen”.

Beseft de Rijksgebouwendienst dit wel?
Hordijk: “Nou, ze hebben een aantal opgaven. Allereerst zitten ze in een proces om het aantal m2 te verminderen. De doelstelling was eerst om enkel verduurzaming vanaf energielabel B te accepteren. Doordat er te weinig in dat segment wordt aangeboden, is deze eis teruggebracht naar label C. Het verschil natuurlijk met andere partijen is dat ze vaak aan hun eigen diensten verhuren en daardoor een sterkere binding hebben met de huurder dan een andere verhuurder”.

Lees ook deel 2 van het interview met Dhr. Hordijk.