SER-Akkoord impuls voor bouw – en installatiesector

SER-Akkoord impuls voor bouw – en installatiesector

De Sociaal-Economische Raad heeft de hoofdlijnen van het Energieakkoord bekend gemaakt. De komende weken worden de hoofdlijnen verder uitgewerkt en voorgelegd aan de 40 betrokken partijen. Begin september, als het Tweede Kamerreces voorbij is, moet er een definitief afgetekend akkoord liggen, dat financieel doorgerekend is door het ministerie van Financien.

Hoofdlijnen Energieakkoord

De hoofdlijnen kort samengevat:

  1. Klimaatneutrale energievoorziening in 2050: over 37 jaar, moet Nederland een volledig klimaatneutrale energievoorziening hebben. Dat betekent overigens niet dat Nederland streeft naar een 100 procent duurzame dus schone  energievoorziening. Co2-uitstoot kan worden ‘afgekocht’ met het Emission Trading Scheme (ETS).
  2. Impuls bouwsector: Eind 2013 komt er een revolverend fonds voor energiebesparing in de bebouwde omgeving. Particulieren kunnen uit het fonds putten om energiebesparende maatregelen te nemen zoals isolatie of een nieuwe ketel. Dit plan stond overigens al in het Lente-Akkoord van 2012, maar werd geschrapt uit het Regeerakkoord door de regering VVD-PvdA. Dit punt staat los van de Renovatiedeal die onlangs tussen minister Blok en bouwpartijen en corporaties is beklonken.
  3. 16 procent duurzame energie in 2023: De doelstelling om in 2020 16 procent duurzame energie op te wekken wordt verschoven naar 2023. In 2020 moet het aandeel wel 14 procent bedragen, conform de afspraken die Nederland met Europa heeft. Nu ligt het aandeel op 4,4 procent. In zeven jaar tijd moet er dus 9,6 procent extra aan duurzame energie opgewekt worden. In 2012 is er ten opzichte van 2011 0,1 procent extra duurzame energie opgewekt. Onderzoekers van o.a. ECN wijzen erop dat een doelstelling van 14 procent in 2020 ook ‘onhaalbaar’ is. Mocht Nederland in 2020 geen 14 procent halen, dan wacht het een forse boete vanuit Europa.
  4. De SDE+-regeling wordt in stand gehouden als subsidiemaatregel voor duurzame energie.
  5. Oude kolencentrales sluiten: Drie verouderde kolencentrales uit de jaren ’80 worden uiterlijk in 2015 gesloten. Het gaat om de centrales in Nijmegen, Zeeland en de Amercentrale (Geertruidenberg). In 2017 volgen de twee kolencentrales op de Rotterdamse Maasvlakte.
  6. Plafond voor biomassa: Nieuwe kolencentrales mogen niet onbeperkt biomassa gaan meestoken.
  7. Koppositie ‘Cleantech’: Nederland moet in 2020 tot de top 10 van de Clean Tech Ranking behoren. De Topsector Energie speelt hierbij een coordinerende rol in samenwerking met de andere Topsectoren.
  8. Zware inzet op windenergie: In het akkoord wordt ingezet op windenergie op land en zee, maar concrete doelstellingen geeft de SER niet. Wel is algemeen bekend dat duizenden windmolens op zowel land als zee nodig zijn om de doelstelling van 14 procent in 2020 te behalen. Dat betekent een investering van miljarden euro’s.
    In een eerder concept akkoord werd gesproken over de volgende getallen en doelstellingen:
    – In 2020, over 7 jaar, moet er in totaal 6000 MW aan windenergiecapaciteit zijn geplaatst. Hierover hebben het Rijk en de provincies eind januari dit jaar een akkoord bereikt. Om dit te bereiken zijn er 11 windparkgebieden aangewezen. Er staat nu ongeveer 2500 MW aan capaciteit op land. In 7 jaar tijd moet er dus 3500 MW bijgeplaatst worden.
  9. Belastingkorting ‘virtueel salderen’: Er komt een belastingkorting voor lokale opwekking van duurzame energie. Dit betekent een impuls voor bijvoorbeeld zonne-energie op vreemde daken zoals van een school of gymzaal. Van elke kWh zonne-energie die op een vreemd dak wordt opgewekt, is ongeveer 12 eurocent energiebelasting. Op deze belasting komt een korting van ongeveer 6 eurocent. Dit betekent dat het opwekken van zonne-energie aantrekkelijker wordt, want elke kWh wordt per saldo meer waard.

Reacties

Verschillende partijen, die wel of niet betrokken waren bij de totstandkoming van het akkoord, hebben inmiddels gereageerd:

  • UNETO-VNI ziet perspectief in Energieakkoord: Titia Siertsema, voorzitter van UNETO-VNI, is blij met het akkoord. “Dit is een omslag in het denken over onze energievoorziening. We worden minder afhankelijk van grote energiecentrales die draaien op fossiele brandstoffen en het wordt interessanter om zelf energie op te wekken met bijvoorbeeld zonnepanelen. Dat is gunstig voor de portemonnee van woningbezitters en huurders, goed voor het milieu en voor de werkgelegenheid in de installatiesector”.
  • Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV): het akkoord leidt tot 15.000 extra banen, vooral in de bouw en installatiesector.
  • Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) ziet het akkoord als een ‘energietransitie met meer banen’.
  • Duurzame Energie Koepel steunt het akkoord en is tevreden met het resultaat. “De uitdaging is enorm, dit akkoord biedt onze hernieuwbare energiesector na 15 jaar zwalkend beleid weer nieuwe kansen en ruimte voor groene groei”, zo stelt Teun Bokhoven, voorzitter van de Duurzame Energie Koepel, die namens de duurzame energiesector de eindonderhandelingen heeft gevoerd. In de Koepel zitten organisaties zoals Holland Solar, NWEA, Platform Bio-Energie, maar ook ECN en E-decentraal.

Bron: Energieoverheid