“Zonnestroom concurrerende optie voor wind en biomassa”

“Zonnestroom concurrerende optie voor wind en biomassa”

Hoogleraar en Pv-onderzoeker Wim Sinke stelt dat zonne-energie concurrerend kan zijn, bij grootschalige inzet. “Met zonne-energie zijn de doelen uit het energieakkoord makkelijker te halen”.

“Met zonne-energie kan ons land aanzienlijk meer doen aan het verduurzamen van de energievoorziening dan de afspraken uit het Energieakkoord suggereren, zegt Wim Sinke, volgens een bericht op Installatie Journaal. “Het Energieakkoord legt de focus op de rol van zonne-energie in gebouwen. Dat is op zich goed, maar er is meer. Dat stelt Wim Sinke, pv-onderzoeker bij ECN en hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. “Verder worden er geen heldere doelen in termen van megawatts genoemd, zoals bij windenergie. Vele kleine installaties maken immers één virtuele grote installatie.”

PV en Energieakkoord

Sinke reageert op de in juni uitgebrachte voortgangsrapportage over de uitvoering van het Energieakkoord. Daarin stelt Ed Nijpels, voorzitter van de zogeheten Borgingscommissie, dat de belangrijkste groei voor duurzame energie uit biomassa en windenergie zal komen. Het aandeel zonne-energie blijft volgens Nijpel beperkt tot minder dan 1 procent in 2023 en speelt daarmee geen rol van betekenis in de beoogde groei naar 16 procent duurzame energie in 2023.

Niet alleen gebouwde omgeving

Volgens Sinke heeft zonne-energie niet alleen veel potentie in de gebouwde omgeving, maar ook in de infrastructuur en op geselecteerde andere locaties. “Als we zonne-energie met net zoveel ambitie zouden inzetten als de andere duurzame opties, zouden we het doel van 16 procent en alle andere doelen daarna aanzienlijk makkelijker kunnen halen De opwekkosten zijn enorm gedaald en zullen nog aanzienlijk verder omlaag gaan. Zonne-energie wordt een concurrerende optie voor grootschalige inzet.”

Prijs zonnestroom zal dalen

Zonne-energie heeft nog steeds het imago een elegante doch relatief dure optie te zijn. “Dat beeld is niet terecht als we naar de feitelijke ontwikkelingen kijken. We gaan op relatief korte termijn naar opwekkosten onder de 10 cent per kilowattuur toe. Op de wat langere termijn zullen de opwekkosten naar verwachting dalen tot 3 à 5 eurocent per kilowattuur in Nederland. Zonnestroom is dan gewoon goedkoop te noemen.”

Toevoeging redactie:
Voor een particulier (kleinverbruiker) zijn zonnepanelen interessant, zolang met opgewekte stroom de relatief dure ingekochte stroom weggestreept kan worden (salderen). De prijs per kWh ligt inclusief belastingen rond de 22 eurocent. Bij grotere installaties ligt dit geheel anders. Een grootverbruiker moet rekenen met een inkoopprijs van 8-10 cent. Voor de particulier ligt de terugverdientijd van een installatie tussen de 10 en 15 jaren. Voor grootverbruik is dat het dubbele. Voor de eigenaren van vastgoed met grote, platte daken is dat nog geen aantrekkelijke businesscase.

Lees hier het originele bericht.