‘Investeren in energie efficiëntie van gebouwen moet gestimuleerd worden’

‘Investeren in energie efficiëntie van gebouwen moet gestimuleerd worden’

Nieuwe financieringsmodellen zijn nodig om de investeringen in het verbeteren van de energieprestatie van gebouwen te vergemakkelijken. Dit zegt de EU werkgroep EEFIG in een onlangs afgeronde studie.

De uitgaven aan import van energie in Europa bedragen jaarlijks 400 miljard euro. De afhankelijkheid van import en de instabiliteit van de energieprijs noodzaakt tot investeringen in hernieuwbare energiebronnen zoals wind en zon. Tegelijk zal Europa zich moeten omvormen tot een CO2-arme en veerkrachtige economie, om internationale concurrentie het hoofd te kunnen bieden. Investeren in het verbeteren van de energie efficiëntie van de gebouwde omgeving biedt daarom een enorme kans, zegt de EEFIG in een in februari gepubliceerde studie. ‘Investeren in energie efficiëntie is de belangrijkste brandstof voor economische groei, kostenbesparing en stabiliteit.’ Het mes van ‘energy efficiency’ snijdt aan meerdere kanten.

Energiebesparing in de gebouwde omgeving

EEFIG staat voor de Energy Efficiency Financial Institutions Group. Deze werkgroep, onder leiding van het directoraat-generaal van de EU en mede-initiatief van de VN, voert sinds 2013 marktverkenningen uit naar mogelijkheden voor lange termijn financiering van energie efficiëntie. De werkgroep vormt een platform waarop ruim 120 partijen uit de financiële wereld, de industrie en MKB, gekoppeld aan energie experts, kennis uitwisselen en in een open dialoog instrumentarium ontwikkelen voor het versnellen van de energie transitie. Omdat binnen Europa zo’n 40% van het energieverbruik toegerekend wordt aan utiliteitsgebouwen (26%) en woningen (14%) is het verbeteren van de energie efficiëntie in de gebouwde omgeving verheven tot speerpunt, naast het realiseren van energiebesparing in de industrie en het MKB. Eind februari verscheen het finale rapport van de werkgroep.

EEFIG-2

Besparingspotentieel als verdienmodel

Europa heeft – met Nederland en andere lidstaten – nog een enorme stap te zetten om de klimaatdoelstellingen te realiseren. De eerste deadline, het jaar 2020 is al in zicht. De tweede horizon is het beperken van de wereldwijde stijging van temperatuur tot 2 gr.C. en de International Energy Agency IAE stelt dat hiervoor een investering van 1300 miljard in de verbetering van de energie efficiëntie nodig zal zijn. Voor de komende jaren zou dit al meer dan 300 miljard per jaar zijn, over heel Europa gerekend en dat is voor de economie een enorme stimulans. Het verbeteren van de energieprestatie van gebouwen en woningen leidt tot bedrijvigheid en innovatie, werkgelegenheid èn kostenbesparing. Voor Nederland ligt de situatie niet anders en ook hier loopt het nog niet zo’n vaart met de verbetering van (utiliteits-) gebouwen. Terwijl het besparingspotentieel op het energieverbruik minstens 30% bedraagt. Deze besparing is te realiseren door het verbeteren van gebouw gebonden installaties als verwarming, ventilatie, verlichting, maar ook door de schil te verbeteren (beglazing, isolatie) en door lokale opwekking toe te passen, zoals zonnepanelen.

EEFIG-1

Financieringsinstrumenten

De werkgroep EEFIG heeft zich geconcentreerd op de investeringsproblematiek. De business opportunity ligt er, maar om de benodigde stroom aan geld op gang te krijgen zijn nieuwe vormen van financiering nodig. EEFIG kijkt daarbij naar het European Fund for Strategic Investments (EFSI) dat zich momenteel buigt over de problematiek van achterblijvende economische groei en hoge werkeloosheid. ‘Zet energie efficiëntie op de eerste plaats’, zegt het rapport, ‘want voor de komende jaren is dit dé brandstof voor snelle economische groei.’ Tegelijk wil EEFIG een breed instrumentarium ontwikkelen voor de financiering van energie efficiëntie, zoals revolving funds, publiek private samenwerking (PPS), maar ook het losmaken van private equity. De besparing op energiekosten immers, is het extra voordeel voor het afdekken van investeringsrisico’s zoals al ingebouwd is in energieprestatiecontracten en ESCo’s.

“The multiplying of energy efficiency investments in Europe makes good economic sense, will increase competitiveness and employment and is core to the cost-effective delivery of decarbonisation targets.” – Maroš Šefčovič, Vice President, European Commission

Renovatie opportuun

Volgens de studie is 75% van de bestaande bouw in Europa niet ontwikkeld en gebouwd volgens (huidige) voorschriften voor energieprestatie (zie hiervoor de Energy Performance of Buildings Directory, onderdeel van de Energy Efficiency Directive, het Europese energieakkoord). De hoeveelheid gebouwen die worden gerenoveerd of gesloopt ligt laag. Het overgrote deel van bestaande gebouwen van dit moment zullen ook in 2050 nog gebruikt worden. Dit benadrukt de kans voor het verbeteren van de energieprestatie, vanwege het langjarige effect. In Nederland bestaan programma’s voor bestaande woningbouw, zoals Blok-voor-blok, de STEP en FEH regelingen. De utiliteitsbouw en daarmee de vastgoedsector moet het zelf uitzoeken. Maar vooral de overheid moet, als grootste vastgoedeigenaar, voor haar eigen gebouwen aan de slag. Volgens de EEFIG is renovatie van bestaande bouw, die vroeger of later toch aan bod komt, de kans om een slag te slaan.

‘Carrot and stick’

Het rapport van EEFIG stelt dat overheden de markt in beweging moeten krijgen met de spreekwoordelijke wortel, maar wel met een stok achter de deur. Investeren in energie efficiëntie heeft al een incentive: een lager Total Cost of Ownership op langere termijn, hogere huuropbrengst en een verbeterde boekwaarde. De stok achter de deur, voor de Nederlandse situatie, is het Acitiviteitenbesluit, dat energiebesparing verplicht stelt vanaf 50.000 kWh per jaar, dus praktisch iedere grootzakelijke energieverbruiker. Omdat handhaving achterblijft werkt deze strafstok amper. Voor Nederland, zo vindt de overheid volgens haar eigen invulling van de EU verplichte Energy Efficiency Directive (EED), dat de renovatiestrategie uit drie activiteiten bestaat; zelfverantwoordelijkheid als eerste, dan faciliteren en stimuleren en dan pas financieren en subsidiëren. Volgens het EEFIG rapport moet dat dus precies andersom.

Meer informatie:

De Europese ‘Energy Efficiency Directive‘ bevat de resultaatverplichting voor Europese lidstaten op het gebied van energiebesparing voor 2020. Artikel 7 gaat in op de invulling per lidstaad, zoals ook Nederland deze heeft opgesteld. De ‘Energy Performance of Buildings Directive‘ bevat de regelgeving voor de energieprestatie van gebouwen, de energieindex en het energielabel voor woningen en voor utiliteit, het document waaraan Nederland ten aanzien van het energielabel voor woningen voorbij lijkt te gaan. Het rapport van de EEFIG is beschikbaar als executive summary, als presentatie in sheets en als compleet document.

(Bron, grafieken: EEFIG)