Energieprestatievergoeding geeft ruimte voor versneld verduurzamen

Energieprestatievergoeding geeft ruimte voor versneld verduurzamen

Het kabinet kan laten zien de CO2-emissiedoelstellingen serieus te nemen door de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte aan te passen en snel de energieprestatievergoeding wettelijk vast te leggen.

Energie-efficiëntie en beperken van de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving is een van de pijlers van het Energieakkoord. De bestaande woningvoorraad biedt vanwege het omvangrijke besparingspotentieel kansen. Maar het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad verloopt uiterst traag, ondanks regelingen als de STEP (subsidiebedrag per labelstap) en de FEH (lening met lage rente).

De energieprestatievergoeding kan daarin verandering brengen. Met een bijdrage van de huurder aan de kosten voor woningverbetering kan voor de verhuurder en woningcorporatie een haalbare businesscase ontstaan. Het wetsvoorstel ligt al in de Tweede Kamer.

Nul-op-de-meter

Met de energieprestatievergoeding wordt het mogelijk een woning ingrijpend te renoveren tot een ‘nul-op-de-meter‘ of energieneutrale woning. De definitie die voor het wetsvoorstel gehanteerd wordt, is ‘een woning waarbij de in- en uitgaande energiestromen voor gebouwgebonden energie en het gebruik van huishoudelijke apparatuur op jaarbasis per saldo nul bedraagt’.

Het gaat dus om praktisch al het energieverbruik, voor verwarmen, ventileren, koeling, tapwater, verlichting én huishoudelijke apparaten, zij het ‘bij standaard klimaatcondities zoals die gelden in Nederland en bij standaard gebruik van de woning’.

Rekenmodel

Het verbeteren van een bestaande woning tot energieneutrale woning kost naar schatting 40 tot 60 duizend euro. Voor de huurder betekent energieneutraal wonen een behoorlijke besparing op de energierekening. Lukt het om het jaarverbruik ‘op nul’ te houden, dan betaalt men alleen nog voor de aansluiting van elektra en het vastrecht.

De energieprestatievergoeding (EPV) kan ervoor zorgen dat de verhuurder de investering niet volledig hoeft te dragen, maar een deel kan afwentelen op de huurder. In het gunstigste geval betekent dit voor de huurder een gelijkblijvende huurprijs, voor een ‘nieuwe’,  comfortabele en uiterst energiezuinige woning.

Warmtevraag

De hoogte van de vergoeding wordt niet gekoppeld aan de energieprestatiecoëfficiënt (EPC) of een energielabelcategorie. Kennisorganisatie Platform31 heeft bijgedragen aan de inhoud en uitwerking van de EPV en heeft gekozen voor een eenvoudige en transparante norm: de warmtevraag.

Platform 31 en het ‘aanjaagprogramma’ Energiesprong met het onderdeel Stroomversnelling zijn al jaren actief met projecten voor nul-op-de-meterwoningen. De warmtevraag (Qv) wordt bepaald door het opgenomen vermogen uit te drukken in het woonoppervlak, dus in kWh per m2. De warmtevraag bepaalt tegelijk de benodigde omvang van lokaal opgewekte energie, om op energieneutraal uit te komen. Hoe lager de warmtevraag, des te groter de vergoeding per m2 die de verhuurder aan de huurder mag vragen.

In het wetsvoorstel is een staffel opgenomen voor de EPV. In de meest energiezuinige categorie gaat men uit van een woning met EPC < -0,2 en een warmtevraag voor verwarming en warm tapwater van max. 0,30 en 0,15 voor het huishoudelijk verbruik. Dit levert dan een maximale vergoeding voor de verhuurder op van € 1,40 per m2 per maand. Dit overigens wel uitgaande van het kunnen salderen van de lokaal opgewekte elektriciteit.

De wet wordt dit najaar in de Tweede Kamer behandeld.

 

Bron: Platform31, met dank aan Ivo Opstelten
Beeld: nul-op-de-meterwoningen Groevenbeek Noord, Ermelo